Wat er op 1 januari 2027 verandert in het huurrecht en wat u moet regelen
Op 1 januari 2027 verandert er veel tegelijk in het huurrecht. Voor nieuwe huurcontracten geldt dan een gesloten lijst van servicekosten. Volgens de Rijksoverheid gaat dezelfde dag de Wet toekomstbestendige huurcommissie (Wth) in. Huurders kunnen dan niet meer bij de Huurcommissie klagen over het gedrag van hun verhuurder. En de Huurcommissie beoordeelt een gebrek pas als de huurder het schriftelijk heeft gemeld. Hieronder vindt u elke wijziging met de bron. In de checklist staat wie wat moet regelen, en wanneer.
De checklist is bedoeld voor woningcorporaties. Particuliere en institutionele verhuurders kunnen de meeste punten ook gebruiken. Geldt een punt maar voor een deel van de verhuurders, dan staat dat in een label. U kunt bij elk punt een naam invullen en de checklist printen of als Word-bestand downloaden. De data en artikelnummers komen uit het Staatsblad, de Staatscourant en de wettekst. Wat nog niet vaststaat, leest u onderaan de pagina. Gidsen over andere onderwerpen in het huurrecht vindt u op de overzichtspagina Huurrecht.
- 8 soortenIn een nieuw huurcontract mogen vanaf 1 januari 2027 nog maar acht soorten servicekosten staan.
- € 75Dat is het maximum aan administratiekosten per woning per jaar in een nieuw huurcontract.
- 6 wekenZoveel tijd krijgt een partij onder de Wth om in verzet te gaan tegen een uitspraak van de voorzitter. Nu is dat drie weken.
- 30 juni 2027Uiterlijk dan moet de huurder de afrekening van de servicekosten over 2026 hebben.
De ingangsdatum van de Wth ligt nog niet vast. De wet is gepubliceerd in het Staatsblad (2026, 311), maar de datum wordt bij koninklijk besluit bepaald. Dat besluit was op 15 oktober 2026 nog niet verschenen. De Rijksoverheid en de Huurcommissie gaan uit van 1 januari 2027. Voor de andere wijzigingen op deze pagina staat de datum al vast.
De wijzigingen per 1 januari 2027
In de tabel ziet u per wijziging waar de regel staat en wanneer die ingaat. Voor de Wth is de datum nog niet bij koninklijk besluit vastgelegd. De wijzigingen uit die wet hebben daarom het label ‘aangekondigd’. Voor de andere wijzigingen staat de datum vast.
| Wijziging | Voor wie | Vindplaats | Ingang |
|---|---|---|---|
| Er komt een gesloten lijst van acht soorten servicekosten. Voor administratiekosten en fondsen geldt een maximum | Alle verhuurders, bij huurcontracten die op of na 1 januari 2027 zijn gesloten | Wet modernisering servicekosten (Stb. 2025, 156), Besluit servicekosten (Stb. 2026, 70) en Regeling servicekosten (Stcrt. 2026, 11523) | 1 januari 2027, vastgelegd in Stb. 2026, 82vastgelegd |
| Huurders kunnen samen een geschil over servicekosten aan de Huurcommissie voorleggen, zonder de oude drempels. Stuurt de verhuurder geen afrekening, dan stelt de Huurcommissie de kosten vast op een normbedrag, of op € 0 als de dienst niet is geleverd | Alle verhuurders. Volgens de Huurcommissie geldt dit ook bij bestaande huurcontracten. Voor een afrekening die vóór 1 januari 2027 op tijd is verstuurd, gelden nog de oude regels | Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, artikelen 9, 9a en 18, zoals gewijzigd door de Wet modernisering servicekosten | 1 januari 2027, vastgelegd in Stb. 2026, 82vastgelegd |
| De kosten van nutsvoorzieningen met een eigen meter vallen voortaan onder de servicekosten. De Overlegwet noemt ze daarom niet meer apart | Verhuurders met een huurdersorganisatie | Wet modernisering servicekosten, artikel III (Overlegwet, artikelen 3 en 5a) | 1 januari 2027, vastgelegd in Stb. 2026, 82vastgelegd |
| Een vereniging of VvE mag de ledenvergadering ook of alleen online houden. De oproeping mag per e-mail, ook als het lid daar niet eerder mee heeft ingestemd | Corporaties die een vereniging zijn, huurdersverenigingen en VvE's waarin u eigenaar bent | Wet digitale algemene vergadering privaatrechtelijke rechtspersonen (Stb. 2026, 161), Boek 2 BW, artikelen 38 en 41, en Boek 5 BW, artikel 127 | 1 januari 2027, vastgelegd in Stb. 2026, 259vastgelegd |
| In het woningwaarderingsstelsel komt een prijsopslag voor woningen waarvoor de WOZ-cap geldt. De minpunten voor een woning zonder buitenruimte vervallen, en kleine rijksmonumenten krijgen meer punten | Verhuurders van gereguleerde woningen | Besluit van 10 september 2026 tot wijziging van het Besluit huurprijzen woonruimte (Stb. 2026, 267) | 1 januari 2027, zoals het besluit zelf bepaalt. Eén onderdeel over de leges gaat later in, bij koninklijk besluit en tegelijk met de Wthvastgelegd |
| De klachtprocedure bij de Huurcommissie over het gedrag van de verhuurder verdwijnt | Alle verhuurders | Wet toekomstbestendige huurcommissie (Stb. 2026, 311), artikel I, onderdelen F en M (Uhw, artikel 4 lid 5 en 6, en artikel 19aa) | Aangekondigd voor 1 januari 2027aangekondigd |
| Een huurder moet een gebrek eerst schriftelijk melden voordat de Huurcommissie het kan beoordelen | Alle verhuurders | Wth, artikel I, onderdeel J, en artikel II, onderdeel C (Uhw, artikel 16 lid 2, en BW, artikel 7:257 lid 2) | Aangekondigd voor 1 januari 2027aangekondigd |
| Ook een huurder van een sociale huurwoning kan een huurverhoging op grond van een beding in het huurcontract aan de Huurcommissie voorleggen | Verhuurders van sociale huurwoningen | Wth, artikel I, onderdeel I, en artikel II, onderdeel A (Uhw, artikel 12a, en BW, artikel 7:248 lid 4) | Aangekondigd voor 1 januari 2027aangekondigd |
| De huur kan niet omhoog zolang de gebreken die de Huurcommissie heeft vastgesteld, niet zijn verholpen. Die regel gaat ook gelden voor middenhuur en voor een verhoging op grond van een beding in het contract | Verhuurders van sociale huurwoningen en middenhuurwoningen | Wth, artikel II, onderdelen A en B (BW, artikel 7:248 lid 5, dat artikel 7:250 lid 2 vervangt) | Aangekondigd voor 1 januari 2027aangekondigd |
| De verhuurder stuurt de servicekostenafrekening ook naar de huurdersorganisatie van het complex, op hetzelfde moment als naar de huurders | Verhuurders met een huurdersorganisatie | Wth, artikel IIA (Overlegwet, artikel 3 lid 5) | Aangekondigd voor 1 januari 2027aangekondigd |
| De voorzitter krijgt zes weken voor een uitspraak, en een partij krijgt zes weken voor verzet. De Huurcommissie kan een zaak stilleggen als er stukken ontbreken | Partijen in een procedure bij de Huurcommissie | Wth, artikel I, onderdelen N, P en Q (Uhw, artikelen 20, 31 en 37) | Aangekondigd voor 1 januari 2027aangekondigd |
Meer achtergrond staat in het overzicht van de Wet toekomstbestendige huurcommissie en in het artikel over de Wet modernisering servicekosten.
De checklist
Per punt ziet u wie het oppakt, wanneer het klaar moet zijn en waar de regel staat. Ook staat erbij of de datum uit de wet komt of ons advies voor de planning is. De rollen zijn die van een gemiddelde corporatie. Bij een kleinere verhuurder heeft één persoon vaak meerdere rollen. Voor punten met het label Wth hangt de datum af van de ingang van die wet.
Het Word-bestand en de printknop werken alleen met JavaScript. Printen kan ook via het menu van uw browser. De hele checklist staat hieronder.
Vóór 1 december 2026
Keuzes waarvoor u overleg of een besluit nodig hebt. Begin hiermee, want dat kost tijd.Neem de punten op in de jaarplanning en zet bij elk punt één naam. Bespreek de lijst ook in het bestuur, zodat de keuzes over servicekosten en de klachtenregeling op tijd op de agenda komen.
- Wie
- Bestuur of directie
- Uiterlijk
- November 2026Ons advies voor de planning
Ga voor huurcontracten vanaf 1 januari 2027 na of elke post onder een van de acht soorten valt. Een post die er niet onder valt, haalt u uit het pakket of regelt u op een andere manier. De schoonmaak van gemeenschappelijke ruimten valt volgens de toelichting onder kleine herstellingen, als u dat met de huurder hebt afgesproken.
- Wie
- Servicekosten en verhuur
- Uiterlijk
- 1 december 2026, zodat er tijd is voor overlegOns advies voor de planning
- Bron
- Besluit servicekosten, bijlage (Stb. 2026, 70)
In nieuwe contracten zijn de administratiekosten ten hoogste 2 procent van de kosten voor warmte, koude, elektriciteit, gas en water, en 5 procent van de andere servicekosten. Een bedrag van € 7,50 per woning per jaar mag altijd. Meer dan € 75 per woning per jaar mag nooit. Voor elk fonds, zoals een glasfonds, betaalt de huurder hoogstens € 6 per maand. Een fonds mag niet groter worden dan drie keer de jaaropbrengst.
- Wie
- Servicekosten
- Uiterlijk
- Vóór het eerste contract dat u op of na 1 januari 2027 sluitTermijn uit de wet
- Bron
- Regeling servicekosten, bijlage 1, paragrafen 7 en 8 (Stcrt. 2026, 11523)
- Met een huurdersorganisatie
Past u voor de nieuwe lijst uw beleid voor het vaststellen van servicekosten aan, dan mag u het gewijzigde beleid pas uitvoeren als de huurdersorganisatie heeft ingestemd. Vraag de instemming nu al aan. De huurdersorganisatie wil vaak eerst haar achterban raadplegen, en dat kost tijd.
- Wie
- Bestuur of directie en contact met de huurdersorganisatie
- Uiterlijk
- Vóór u het gewijzigde beleid uitvoertTermijn uit de wet
- Bron
- Overlegwet, artikel 5a
Voor contracten van vóór 2027 gelden de nieuwe regels niet vanzelf. U mag met huurders afspreken dat de nieuwe regels ook voor hun contract gelden, bijvoorbeeld in een aanvulling op het huurcontract. Volgens de Huurcommissie moet de huurder daar uitdrukkelijk mee instemmen. Met zo'n afspraak rekent u binnen één complex op één manier af. Zonder afspraak houdt u twee systemen bij. Welk systeem geldt, hangt dan per woning af van de datum van het contract. Ook zonder afspraak verandert er iets voor bestaande contracten, want de Huurcommissie past haar beleid op een paar punten aan, onder meer voor de verdeling van energie en water met een eigen meter en voor de glasverzekering.
- Wie
- Bestuur of directie, verhuur en servicekosten
- Uiterlijk
- 1 december 2026, als u per 1 januari wilt overstappenOns advies voor de planning
- Bron
- Overgangswet nieuw BW, artikel 208ga, en de Huurcommissie over de Regeling servicekosten
- CorporatiesWth
Volgens artikel 9 lid 8 van het aangewezen klachtenreglement wijst het bestuur de klager op de klachtprocedure bij de Huurcommissie. Met de Wth verdwijnt die procedure, maar de tekst van het reglement verandert niet. Pas daarom de standaardbrief aan. Schrijf erin dat de procedure bij de Huurcommissie niet meer bestaat, en noem de wegen die wel openstaan, zoals de kantonrechter. Gaat het om de huurprijs, de servicekosten of gebreken, dan kan de huurder ook naar de Huurcommissie.
- Wie
- Secretaris van de klachtencommissie, juridische zaken en bestuur of directie
- Uiterlijk
- 1 december 2026Ons advies voor de planning
- Bron
- Aangewezen klachtenreglement, artikel 9 lid 8 (Stcrt. 2023, 6160), en Wth
Vóór 1 januari 2027
Wat op de eerste werkdag van 2027 moet kloppen, zoals processen, teksten en contracten.In een contract vanaf 1 januari 2027 mogen alleen posten staan die onder de acht soorten vallen. Controleer het model ook op verwijzingen naar de klachtprocedure bij de Huurcommissie.
- Wie
- Verhuur en juridische zaken
- Uiterlijk
- 31 december 2026Termijn uit de wet
- Bron
- Burgerlijk Wetboek, artikel 7:237 lid 3, zoals het luidt vanaf 1 januari 2027
- Gereguleerde woningen
Vanaf 1 januari 2027 tellen de punten anders voor woningen waarvoor de WOZ-cap geldt, voor woningen zonder buitenruimte en voor kleine rijksmonumenten. Ook de minimale WOZ-waarde komt terug.
- Wie
- Verhuur
- Uiterlijk
- 1 januari 2027Termijn uit de wet
- Bron
- Besluit van 10 september 2026 (Stb. 2026, 267)
- Wth
Zodra de Wth geldt, kan een huurder pas naar de Huurcommissie als het gebrek schriftelijk is gemeld. Zorg dat alle brieven, e-mails, appberichten en formulieren met de datum op één plek terechtkomen. Meldt een huurder een gebrek telefonisch, leg de melding dan vast en stuur een bevestiging met de datum. Bevestig ook nu al schriftelijk de meldingen die alleen mondeling zijn gedaan.
- Wie
- Klantcontact en onderhoud
- Uiterlijk
- 1 januari 2027, als de Wth dan ingaatTermijn uit de wet
- Bron
- BW, artikel 7:257 lid 2, en Uhw, artikel 16 lid 2, zoals gewijzigd door de Wth
- Wth
Leg op de website, in het reparatieformulier en in de huurdersgids uit hoe een huurder een gebrek schriftelijk meldt. Haal verwijzingen naar de klachtprocedure bij de Huurcommissie over verhuurgedrag weg, ook op de pagina van de klachtencommissie. Noem daar het meldpunt van de gemeente. Ook een corporatie moet de huurder de contactgegevens van dat meldpunt schriftelijk geven.
- Wie
- Communicatie en secretaris van de klachtencommissie
- Uiterlijk
- 1 januari 2027, als de Wth dan ingaatTermijn uit de wet
- Bron
- Wth (Stb. 2026, 311), Woningwet, artikel 46a, en Wet goed verhuurderschap, artikel 2 lid 2 onder e, onder 4°
- Verhuurders die geen corporatie zijnWth
Als de Wth ingaat, kan een huurder met een klacht over uw gedrag als verhuurder niet meer naar de Huurcommissie. Het meldpunt van de gemeente en de rechter blijven wel open. Een klachtenregeling is voor u niet verplicht. Wel moet u de huurder de contactgegevens van het meldpunt schriftelijk geven.
- Wie
- Beheerder of eigenaar
- Uiterlijk
- 1 januari 2027, als de Wth dan ingaatOns advies voor de planning
- Bron
- Wet goed verhuurderschap, artikel 2 lid 2 onder e, onder 4°, en artikel 4
- Wth
Onder de Wth heeft een partij zes weken in plaats van drie om verzet te doen tegen een uitspraak van de voorzitter. De voorzitter krijgt zelf ook zes weken voor die uitspraak. De Huurcommissie kan een zaak stilleggen tot ontbrekende stukken binnen zijn. Lever daarom meteen een volledig dossier aan.
- Wie
- Juridische zaken
- Uiterlijk
- 1 januari 2027, als de Wth dan ingaatTermijn uit de wet
- Bron
- Uhw, artikelen 20 en 31, zoals gewijzigd door de Wth
- Verenigingen en VvE's
Wil de vereniging online of hybride vergaderen, dan moet de ledenvergadering het bestuur daarvoor eerst machtigen. Dat kan alleen als de statuten het niet uitsluiten. Leg vast hoe leden zich op afstand aanmelden en hoe ze stemmen. Tot een jaar na 1 januari 2027 mag de vereniging ook nog vergaderen volgens de oude regels en statuten. Bij een VvE waarin u eigenaar bent, beslist degene die de vergadering bijeenroept.
- Wie
- Bestuurssecretariaat
- Uiterlijk
- Vóór de eerste ledenvergadering van 2027Ons advies voor de planning
- Bron
- BW, artikelen 2:38, 2:41 en 5:127, zoals gewijzigd door Stb. 2026, 161
In de loop van 2027
De momenten waarop u de nieuwe regels voor het eerst in de praktijk tegenkomt.- Sociale huurWth
Zodra de Wth geldt, kan een sociale huurder een verhoging op grond van zo'n beding aan de Huurcommissie voorleggen. Dat moet binnen vier maanden na de ingangsdatum van de verhoging. Reken daarom na of de verhoging volgens het beding binnen het wettelijke maximum blijft.
- Wie
- Huurbeleid en juridische zaken
- Uiterlijk
- Vóór de huurverhoging per 1 juli 2027Ons advies voor de planning
- Bron
- BW, artikel 7:248 lid 2 en 4, en Uhw, artikel 12a, zoals gewijzigd door de Wth
- Sociale huur en middenhuurWth
Na de invoering van de Wth kan de huur van een sociale huurwoning of middenhuurwoning niet omhoog zolang er gebreken uit een uitspraak van de Huurcommissie openstaan. De huur kan pas weer omhoog als u en de huurder het erover eens zijn dat die gebreken zijn verholpen. Dat geldt ook voor een verhoging op grond van een beding in het contract. Bent u het met de huurder niet eens, dan kunt u de Huurcommissie vragen uit te spreken of de gebreken zijn verholpen. Leg vast wanneer het herstel klaar was, en laat de huurder dat bevestigen.
- Wie
- Huurbeleid en onderhoud
- Uiterlijk
- Vóór de huurverhoging per 1 juli 2027Ons advies voor de planning
- Bron
- BW, artikel 7:248 lid 5, zoals het luidt na de Wth, en Uhw, artikel 4 lid 3
- Wth
De huurder moet de afrekening over 2026 uiterlijk 30 juni 2027 hebben. Geldt de Wth dan al, dan stuurt u dezelfde afrekening tegelijk naar de huurdersorganisatie van het complex. Leg vast wat u wanneer naar wie hebt gestuurd.
- Wie
- Servicekosten en contact met de huurdersorganisatie
- Uiterlijk
- 30 juni 2027Termijn uit de wet
- Bron
- BW, artikel 7:259 lid 2, en Overlegwet, artikel 3 lid 5 (Wth, artikel IIA)
Voor een gezamenlijk verzoek hoeft niet meer de helft van de huurders in het complex mee te doen, en de ondergrens van € 36 geldt dan niet. Volgens de Huurcommissie zijn twee huurders genoeg. Het moet wel gaan om gelijke of bijna gelijke verzoeken uit een groep woningen die een eenheid vormt, zoals een complex. Elke huurder betaalt zelf leges. Stuurt u geen afrekening, dan stelt de Huurcommissie de kosten vast op een normbedrag, of op € 0 als de dienst niet is geleverd. In haar uitleg schrijft de Huurcommissie dat u eerst een termijn kunt krijgen om de afrekening alsnog te sturen of te verbeteren. Volgens de Huurcommissie gelden beide regels ook bij bestaande huurcontracten. Zorg daarom dat u per complex één onderbouwing klaar hebt. Voor een afrekening die u vóór 1 januari 2027 op tijd hebt verstuurd, gelden nog de oude regels.
- Wie
- Servicekosten en juridische zaken
- Uiterlijk
- Vanaf 1 januari 2027Termijn uit de wet
- Bron
- Uhw, artikelen 9, 9a en 18, Wet modernisering servicekosten, artikel V, en de uitleg van de Huurcommissie
0 van de 17 punten afgevinkt. Wat u hier invult, blijft in uw browser en verdwijnt als u de pagina sluit.
Wie doet wat
Hier staan dezelfde punten, geordend per rol. Zo ziet elke afdeling meteen wat ze moet doen.
Geen gedragsklachten meer bij de Huurcommissie
Sinds 2019 kan een huurder met een klacht over het gedrag van de verhuurder naar de Huurcommissie. Dat kan als de verhuurder de klacht niet binnen een redelijke termijn heeft behandeld, of als de huurder het niet eens is met de afhandeling. De huurder heeft daarvoor tot een jaar na de gedraging. De Wth schaft die procedure af. Volgens de memorie van toelichting verklaarde de Huurcommissie gemiddeld 74 procent van de verzoeken niet-ontvankelijk. De belangrijkste reden was dat huurders niet goed wisten wat onder een gedraging valt.
Klachten die al bij de Huurcommissie liggen, handelt de commissie volgens haar eigen uitleg nog af. In de Wth zelf staat dat niet. Zodra de wet geldt, kunnen huurders met zo'n klacht terecht bij het meldpunt voor ongewenst verhuurgedrag van hun gemeente. Huurders van een corporatie kunnen ook naar de klachtencommissie van hun corporatie. Volgens de regering stuurt het meldpunt hen daarheen door. De kantonrechter blijft voor iedereen open.
Voor corporaties wordt de eigen klachtencommissie zo de vaste plek voor klachten over bejegening en gedrag. Bij andere verhuurders gaat een huurder die bij de verhuurder zelf geen gehoor vindt, sneller naar de gemeente of de rechter. Wat die verschuiving in de praktijk betekent, leest u in het artikel over klachten over verhuurdergedrag.
Gebreken alleen nog schriftelijk melden
Is een gebrek zes weken na de melding nog niet verholpen, dan kan de huurder de Huurcommissie om een lagere huur vragen. Onder de Wth telt daarvoor alleen nog een schriftelijke melding (artikel 7:257 lid 2 BW). De zes weken en de zes maanden uit dat artikel lopen dan vanaf die schriftelijke melding. Doet de huurder het verzoek binnen zes maanden, dan gaat de lagere huur in op de eerste dag van de maand na de melding (artikel 16 lid 3 Uhw). Een later verzoek kan ook. De huurder krijgt dan over het verleden hooguit zes maanden huurverlaging (artikel 7:257 lid 3 BW).
Wat als schriftelijk telt, staat niet in de wet. Volgens de minister ligt het voor de hand dat ook een e-mail, sms of WhatsApp-bericht genoeg is. De minister schreef ook dat de Huurcommissie een model voor de melding maakt. De eis geldt alleen voor de procedure bij de Huurcommissie. Wat een gebrek is, verandert niet. Bij de kantonrechter blijft de gewone regel van artikel 7:207 BW gelden.
Voor gebreken die vóór de ingangsdatum alleen mondeling zijn gemeld, heeft de Wth geen overgangsregeling. Bevestig zulke meldingen daarom nu al schriftelijk. Hoe u het meldproces daarop inricht, leest u in het artikel over gebreken schriftelijk melden. Wie wat moet herstellen, staat in de uitleg van de gebrekenregeling. Wat uw klantenservice een huurder over de nieuwe meldregel vertelt, leest u in de praktijkgids over huuradvies op het spreekuur en aan de telefoon.
Sociale huurders kunnen een verhoging uit het contract laten toetsen
Een verhuurder verhoogt de huur met een voorstel aan de huurder, of op grond van een beding in het huurcontract. Met een verhoging op grond van zo'n beding konden tot nu toe alleen huurders van een middenhuurwoning of een woning in de vrije sector naar de Huurcommissie. Met de Wth kan ook een huurder van een sociale huurwoning dat doen, binnen vier maanden na de ingangsdatum van de verhoging. De Huurcommissie toetst dan of de verhoging binnen het wettelijke maximum blijft (artikel 7:248 lid 4 BW en artikel 12a Uhw).
Ook de regel over gebreken gaat breder gelden. Heeft de Huurcommissie gebreken vastgesteld, dan kan de huur pas weer omhoog als verhuurder en huurder het erover eens zijn dat die gebreken zijn verholpen (artikel 7:248 lid 5 BW). Zijn ze het daarover niet eens, dan kan de Huurcommissie uitspreken of de gebreken zijn verholpen (artikel 4 lid 3 Uhw). Bij sociale huurwoningen gold dat al voor een voorstel tot huurverhoging. Nieuw is dat de regel ook geldt voor een verhoging op grond van een beding in het contract, en voor middenhuurwoningen. Volgens de memorie van toelichting geldt de regel niet in de vrije sector. De maxima en de bezwaarroute van dit jaar staan in het artikel over de huurverhoging 2026 en bezwaar.
De gesloten lijst servicekosten
In huurcontracten vanaf 1 januari 2027 zijn servicekosten alleen nog vergoedingen voor zaken en diensten die in het Besluit servicekosten staan (artikel 7:237 lid 3 BW). Het besluit noemt acht soorten:
- warmte en koude
- elektriciteit, gas en water
- roerende zaken, zoals meubels in een gemeenschappelijke ruimte
- kleine herstellingen
- toezicht, beveiliging en vuil
- signaallevering, zoals de centrale antenne of internet
- verzekeringen en fondsvorming
- administratiekosten
De kosten van nutsvoorzieningen met een eigen meter worden dan gewone servicekosten. In de Regeling servicekosten staat per soort hoe u de kosten berekent. De administratiekosten mogen niet hoger zijn dan 2 procent van de kosten voor energie en water, en 5 procent van de andere servicekosten. Een bedrag van € 7,50 per woning per jaar mag altijd, en meer dan € 75 per woning per jaar mag nooit. Voor een fonds betaalt de huurder hoogstens € 6 per maand, en een fonds mag niet groter worden dan drie keer de jaaropbrengst.
De nieuwe regels gelden voor huurcontracten die op of na 1 januari 2027 zijn gesloten (artikel 208ga Overgangswet nieuw BW). Voor oudere contracten blijven de oude regels gelden, tenzij u met de huurder afspreekt dat ook dat contract onder de nieuwe regels valt. Ook onder de oude regels mag u alleen kosten doorberekenen die echt servicekosten zijn. Wel past de Huurcommissie vanaf 1 januari 2027 haar beleid voor bestaande contracten op een paar punten aan. Haar rekenregels voor warmte, koude, gas, elektriciteit en water met een eigen meter gelden dan voor alle contracten. Een glasverzekering mag u alleen nog doorberekenen als die past binnen het Besluit kleine herstellingen. En volgens de Huurcommissie berekent u de administratiekosten per afrekening, dus over de kosten van de huurder en niet over die van het hele complex.
Ook bij de Huurcommissie verandert er iets, voor nieuwe en voor bestaande huurcontracten. Huurders kunnen samen een verzoek indienen zonder dat de helft van het complex meedoet, en de grens van € 36 geldt dan niet. Volgens de Huurcommissie zijn twee huurders genoeg. Het moet wel gaan om gelijke of bijna gelijke verzoeken uit een groep woningen die een eenheid vormt, zoals een complex. Elke huurder betaalt zelf leges. Soms stuurt de verhuurder geen afrekening, of vult de verhuurder het formulier van de Huurcommissie niet of niet volledig in. De Huurcommissie stelt de kosten dan vast op een normbedrag, of op € 0 als de dienst niet is geleverd (artikelen 9, 9a en 18 Uhw). Ze kan de verhuurder eerst een termijn geven om de afrekening alsnog te sturen of te verbeteren. De Huurcommissie schrijft zelf dat deze regels ook voor oudere contracten gelden. Dat klopt met de wet, want het overgangsrecht voor oudere huurcontracten noemt alleen artikelen uit het Burgerlijk Wetboek. Voor een afrekening die u vóór 1 januari 2027 op tijd hebt verstuurd, gelden nog de oude regels. De hele jaarcyclus staat in het artikel over het maken van de servicekostenafrekening. Komt een afrekening toch bij de Huurcommissie, dan kunt u het verweer opstellen met LEX Verweer. LEX koppelt het verweer aan wet en rechtspraak, en u houdt de reactietermijn in beeld.
De afrekening gaat ook naar de huurdersorganisatie
Twee wijzigingen raken het overleg met de huurdersorganisatie. De eerste is technisch. De kosten van nutsvoorzieningen met een eigen meter gaan op in de servicekosten. Daarom noemt de Overlegwet ze vanaf 1 januari 2027 niet meer apart. Het recht op informatie over afspraken over servicekosten (artikel 3 lid 2 onder j) en het instemmingsrecht bij een wijziging van het servicekostenbeleid (artikel 5a) blijven inhoudelijk hetzelfde. Past u uw beleid voor het vaststellen van servicekosten aan de nieuwe lijst aan, dan mag u het gewijzigde beleid pas uitvoeren als de huurdersorganisatie heeft ingestemd.
De tweede is nieuw en komt uit de Wth. Vanaf de ingang van die wet stuurt u de servicekostenafrekening van een wooncomplex elk jaar ook naar de huurdersorganisatie die de huurders van dat complex vertegenwoordigt. Dat doet u op hetzelfde moment als u de afrekening naar de huurders stuurt (artikel 3 lid 5 Overlegwet). Die regel kwam via een amendement in de wet. Volgens de toelichting bij het amendement kan de huurdersorganisatie de afrekening dan beoordelen en als dat nodig is een gezamenlijk verzoek bij de Huurcommissie voorbereiden. Hoe een adviesaanvraag verloopt, leest u in het artikel over de adviesaanvraag onder de Overlegwet.
De ledenvergadering mag online
Op 1 januari 2027 gaat de Wet digitale algemene vergadering privaatrechtelijke rechtspersonen in. Daarmee veranderen Boek 2 en Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek. Bij een vereniging kan de ledenvergadering het bestuur dan machtigen om een vergadering ook of alleen online te houden, tenzij de statuten dat uitsluiten (artikel 2:38 lid 6 BW). Dat geldt bijvoorbeeld voor een corporatie in verenigingsvorm en voor een huurdersvereniging. Wie op afstand meedoet, moet herkenbaar zijn en rechtstreeks kunnen stemmen. Ook moet die persoon de vergadering met beeld en geluid kunnen volgen en kunnen meepraten. In de oproeping staat hoe dat gaat.
De oproeping mag dan per e-mail naar het adres van het lid, ook als het lid daar niet eerst mee heeft ingestemd. Dat kan niet als de statuten iets anders bepalen (artikel 2:41 lid 5 BW). Bij een VvE beslist degene die de vergadering bijeenroept, of de vergadering ook of alleen online is. Eigenaars met samen een kwart van de stemmen kunnen eisen dat de vergadering ook fysiek toegankelijk is. Ze doen dat schriftelijk, uiterlijk zeven dagen na de oproeping (artikel 5:127 lid 5 en 7 BW). Dat is van belang voor corporaties met woningen in een gemengd complex. Tot een jaar na 1 januari 2027 mag een vereniging of VvE nog vergaderen volgens de wet en de statuten van vóór die datum. Wat dit betekent voor de jaarvergadering van een huurdersvereniging, leest u in de gids voor de jaarvergadering.
Uw klachtenregeling en het meldpunt
Elke corporatie heeft een klachtencommissie die werkt met het reglement dat de minister heeft aangewezen (artikel 55b lid 3 Woningwet). Door de Wth verandert dat reglement niet. Volgens artikel 9 lid 8 moet het bestuur de klager nog steeds wijzen op de procedure bij de Huurcommissie, terwijl die procedure verdwijnt. De regering liet weten dat ze met Aedes bekijkt of de klachtenprocedure bij corporaties beter kan. Tot er een nieuw reglement is, spreekt u met de commissie af wat er vanaf de ingangsdatum in de beslissingsbrief staat. Wij raden aan in de brief te zetten dat die procedure niet meer bestaat en de wegen te noemen die wel openstaan, zoals de kantonrechter. Gaat het om de huurprijs, de servicekosten of gebreken, dan kan de huurder ook naar de Huurcommissie. Hoe dat in het reglement past, leest u in de uitleg van het reglement van de klachtencommissie.
Komen er meer klachten over gedrag bij de corporatie zelf binnen, dan wordt het belangrijker dat elke klacht een eigen dossier krijgt. Leg daarin de datum, de behandelaar en de termijn vast. U kunt klachten over verhuurgedrag zelf afhandelen met LEX Klachten. Meldingen komen dan via uw eigen meldpagina binnen en belanden in één dossier. U leest de voorgestelde reactie na voordat die de deur uitgaat. Voor de klachtencommissie zelf is er Adminio, het platform voor klachtencommissies. De commissie werkt daarin van de intake tot de hoorzitting en het advies.
Elke gemeente heeft sinds 1 januari 2024 een meldpunt voor ongewenst verhuurgedrag (artikel 4 Wet goed verhuurderschap). Na een melding over een particuliere of institutionele verhuurder kan de gemeente een onderzoek doen. De gemeente moet de wet ook handhaven (artikel 17 Wet goed verhuurderschap). Voor corporaties gelden de regels voor goed verhuurderschap uit artikel 2 en 3 van die wet via artikel 46a van de Woningwet. Het toezicht ligt dan bij de Autoriteit woningcorporaties, en het meldpunt stuurt een corporatiehuurder door naar de klachtencommissie.
Een verhuurder die geen corporatie is, hoeft volgens de wet geen klachtenregeling te hebben. Wel moet elke verhuurder, ook een corporatie, de huurder schriftelijk de contactgegevens van het meldpunt geven (artikel 2 lid 2 onder e Wet goed verhuurderschap). Hebt u een vaste plek om klachten te melden, een vaste termijn en een tweede behandelaar, dan komen klachten minder vaak bij de gemeente of de rechter terecht. Hoe u zo'n regeling opzet, leest u in het artikel over een klachtenregeling voor verhuurders.
Andere wijzigingen bij de Huurcommissie
Met de Wth verandert ook de procedure bij de Huurcommissie. Voor een juridische afdeling zijn dit de belangrijkste wijzigingen.
- De voorzitter krijgt zes weken voor een uitspraak in plaats van vier. Verzet tegen die uitspraak kan binnen zes weken in plaats van drie (artikel 20 Uhw).
- Vraagt de Huurcommissie een partij of iemand anders om stukken, dan kan ze de termijn voor de uitspraak stilzetten tot die stukken binnen zijn (artikelen 20 en 37 Uhw).
- Een partij kan een commissielid straks wraken tot aan de uitspraak, dus ook nog na het begin van de zitting (artikel 31 Uhw). De Huurcommissie noemt in haar uitleg als uiterste moment de dag van de zitting, tot 23.59 uur. U doet het verzoek zodra u de feiten kent, schriftelijk en met redenen. Na het begin van de zitting mag het ook mondeling.
- Trekt een huurder een verzoek in nadat het onderzoeksrapport er is, dan krijgt de huurder niets meer terug van de leges. Een verhuurder die binnen drie weken na het rapport intrekt, krijgt de helft terug. Volgens de Huurcommissie is dat € 250 (artikel 7 lid 6 Uhw). Daarnaast maakt de Wth verschillende legesbedragen mogelijk. Die worden nog uitgewerkt.
- Een all-inprijs splitst de Huurcommissie volgens haar eigen uitleg alleen nog als ze een verzoek inhoudelijk behandelt. Bij een verzoek over gebreken doet ze dat alleen als er ernstige gebreken zijn (artikel 17a Uhw).
Welke termijn wanneer loopt en welk stuk telt, leest u in het artikel over reageren op de Huurcommissie. Hoe u een dossier opbouwt dat de Huurcommissie niet hoeft stil te zetten, staat in de praktijkgids over het procesdossier in een huurzaak.
Ook het woningwaarderingsstelsel verandert
Los van de Wth verandert op 1 januari 2027 ook het Besluit huurprijzen woonruimte (Stb. 2026, 267). Woningen die door de WOZ-cap minder punten krijgen, kunnen een prijsopslag krijgen zonder dat ze uit de regulering gaan. Een woning zonder enige buitenruimte krijgt geen minpunten meer. Kleine rijksmonumenten krijgen meer punten voor de WOZ-waarde, en de minimale WOZ-waarde komt terug. Gebruik de nieuwe regels voor elke woning die u in 2027 opnieuw verhuurt. De nieuwe telling geldt ook voor lopende contracten. Mag u daardoor een hogere huur vragen, dan kunt u de huur met de jaarlijkse maximale verhoging laten doorgroeien naar de nieuwe grens.
Wat nog niet vaststaat
Op 15 oktober 2026 waren deze punten nog open. We werken de pagina bij zodra er meer bekend is.
- De datum van de Wth. De wet staat in het Staatsblad (2026, 311). Wanneer de wet ingaat, wordt bij koninklijk besluit bepaald. Dat besluit was op 15 oktober 2026 nog niet gepubliceerd. De Rijksoverheid noemt 1 januari 2027. Volgens de Huurcommissie gaat de wet waarschijnlijk dan in.
- De afrekening naar de huurdersorganisatie. De nieuwe regel in artikel 3 lid 5 van de Overlegwet komt uit de Wth en gaat op dezelfde dag in als die wet. Daarom ontbreekt de regel nog in de tekst op wetten.overheid.nl die vanaf 1 januari 2027 geldt.
- Het klachtenreglement van corporaties. Artikel 9 lid 8 van het aangewezen reglement verwijst straks naar een procedure die niet meer bestaat. De regering liet weten dat ze met Aedes bekijkt of de klachtenprocedure bij corporaties beter kan. Of en wanneer de minister een nieuw reglement aanwijst, is niet bekend.
- Overgangsrecht bij de Wth. De Wth heeft geen overgangsregeling. Er is dus niets geregeld voor gebreken die vóór de ingangsdatum alleen mondeling zijn gemeld, of voor gedragsklachten die dan nog lopen. Volgens de Huurcommissie handelt ze lopende klachten nog af. Hoe ze met oude mondelinge meldingen omgaat, is nog niet bekend.
- De leges. Onder de Wth zijn verschillende legesbedragen mogelijk. Volgens de Huurcommissie kunnen die ook hoger uitvallen. Wie wanneer welk bedrag betaalt, moet nog worden uitgewerkt.
- Het servicekostenbeleid van de Huurcommissie. De Huurcommissie heeft per onderwerp uitgelegd wat er vanaf 1 januari 2027 verandert, ook voor bestaande contracten. Haar beleidsboek servicekosten was op 15 oktober 2026 nog niet bijgewerkt voor 2027. Ook heeft de Huurcommissie nog niet laten weten vanaf welke afrekening ze het nieuwe beleid bij bestaande contracten toepast.
Veelgestelde vragen
Dat is de aangekondigde datum, maar die staat nog niet vast. De Eerste Kamer nam de wet op 29 september 2026 aan, en de wet staat in het Staatsblad (2026, 311). Volgens de wettekst gaat de wet in op een datum die bij koninklijk besluit wordt bepaald. Dat besluit was op 15 oktober 2026 nog niet gepubliceerd. De Rijksoverheid noemt 1 januari 2027. Volgens de Huurcommissie gaat de wet waarschijnlijk dan in.
Niet vanzelf. De lijst geldt voor huurcontracten die op of na 1 januari 2027 zijn gesloten. Voor oudere contracten blijven de oude regels gelden, tenzij u met de huurder afspreekt dat ook dat contract onder de nieuwe regels valt. Ook onder de oude regels mag u alleen kosten doorberekenen die echt servicekosten zijn. Twee nieuwe regels gelden volgens de Huurcommissie wel voor alle contracten. Huurders kunnen samen een verzoek bij de Huurcommissie indienen, en bij een ontbrekende afrekening zet de Huurcommissie de kosten op een normbedrag.
In een huurcontract dat op of na 1 januari 2027 is gesloten, alleen kosten die onder een van de acht soorten uit het Besluit servicekosten vallen. Dat zijn (1) warmte en koude, (2) elektriciteit, gas en water, (3) roerende zaken, (4) kleine herstellingen, (5) toezicht, beveiliging en vuil, (6) signaallevering, (7) verzekeringen en fondsvorming en (8) administratiekosten. Voor oudere contracten blijven de oude regels gelden, tenzij u met de huurder afspreekt dat ook dat contract onder de nieuwe regels valt.
In een nieuw contract ten hoogste 2 procent van de kosten voor warmte, koude, elektriciteit, gas en water, en 5 procent van de andere servicekosten. Een bedrag van € 7,50 per woning per jaar mag altijd, ook als dat boven die percentages uitkomt. Meer dan € 75 per woning per jaar mag nooit. Zo staat het in de Regeling servicekosten.
Eerst bij de verhuurder zelf. Daarna kan de huurder naar het meldpunt voor ongewenst verhuurgedrag van de gemeente of naar de rechter. Huurders van een corporatie kunnen ook naar de klachtencommissie van hun corporatie. Volgens de regering stuurt het meldpunt een corporatiehuurder daarheen door. Klachten die al bij de Huurcommissie liggen, handelt de Huurcommissie volgens haar eigen uitleg nog af.
Waarschijnlijk wel. In de wet staat alleen dat de melding schriftelijk moet zijn. Volgens de minister ligt het voor de hand dat ook een e-mail, sms of WhatsApp-bericht genoeg is. De Huurcommissie werkt de details uit in haar beleid en maakt een model voor de melding.
Ja, zodra de Wet toekomstbestendige huurcommissie geldt. Vertegenwoordigt een huurdersorganisatie de huurders van een complex, dan krijgt die organisatie elk jaar de afrekening van dat complex, op hetzelfde moment als de huurders. Dat staat in het nieuwe artikel 3 lid 5 van de Overlegwet.
Ja, als de ledenvergadering het bestuur daarvoor machtigt en de statuten het niet uitsluiten. Wie op afstand meedoet, moet herkenbaar zijn en rechtstreeks kunnen stemmen. Ook moet die persoon de vergadering met beeld en geluid kunnen volgen en kunnen meepraten. Tot een jaar na 1 januari 2027 mag een vereniging ook nog vergaderen volgens de oude regels en statuten.
Ja, vanaf de ingang van de Wet toekomstbestendige huurcommissie. De huurder kan zo'n verhoging dan aan de Huurcommissie voorleggen, binnen vier maanden na de ingangsdatum van de verhoging. De Huurcommissie toetst of de verhoging binnen het wettelijke maximum blijft. Huurders van een middenhuurwoning of een woning in de vrije sector konden dat al.
Nee. De regels over gebreken in het Burgerlijk Wetboek blijven hetzelfde. Alleen de weg naar de Huurcommissie verandert. Onder de Wet toekomstbestendige huurcommissie moet de huurder een gebrek eerst schriftelijk melden voordat de Huurcommissie het kan beoordelen. Bij de kantonrechter geldt die eis niet.
In een half uur laten we zien hoe een klacht in LEX Klachten binnenkomt. Zo nodig loopt de zaak door in LEX Verweer, tot en met het verweerschrift. U ziet daarbij steeds de termijnen. Gratis en vrijblijvend.
Deze pagina is algemene informatie en geen juridisch advies. Stand van de wetgeving: 15 oktober 2026. Bronnen: Wet toekomstbestendige huurcommissie (Stb. 2026, 311), memorie van toelichting (Kamerstukken II 2024/25, 36791, nr. 3), nota naar aanleiding van het verslag (nr. 6), amendement over de afrekening aan de huurdersorganisatie (nr. 16), nota in de Eerste Kamer (Kamerstukken I 2025/26, 36791, C), Wet modernisering servicekosten (Stb. 2025, 156), inwerkingtreding per 1 januari 2027 (Stb. 2026, 82), Besluit servicekosten (Stb. 2026, 70), Regeling servicekosten (Stcrt. 2026, 11523), Wet digitale algemene vergadering (Stb. 2026, 161), inwerkingtreding (Stb. 2026, 259), wijziging Besluit huurprijzen woonruimte (Stb. 2026, 267), aangewezen klachtenreglement (Stcrt. 2023, 6160), Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, Burgerlijk Wetboek Boek 7, Boek 2, Wet op het overleg huurders verhuurder, Wet goed verhuurderschap, Woningwet, Rijksoverheid, 29 september 2026, Rijksoverheid, 1 april 2026, Huurcommissie over de Wth, over de Wet modernisering servicekosten en over de Regeling servicekosten, Volkshuisvesting Nederland over de Wet modernisering servicekosten en over het gemeentelijk meldpunt.