Naar de inhoud
← Nieuws
Huurrecht··7 min lezen·Door Adminio LEX

Wet toekomstbestendige huurcommissie aangenomen: dit verandert er

De Eerste Kamer nam op 29 september 2026 de Wet toekomstbestendige huurcommissie aan. Volgens de Rijksoverheid gaat de wet op 1 januari 2027 in. Vanaf dan wordt schriftelijk melden de norm, worden termijnen ruimer en verdwijnt de gedragsklachtenprocedure. De belangrijkste wijzigingen op een rij, en wat ze in de praktijk betekenen.


Waarom deze wet er komt

De Huurcommissie heeft het veel drukker gekregen: van minder dan 10.000 zaken in 2020 naar 18.500 in 2024 en 16.250 in 2025, mede door nieuwe wetgeving zoals de Wet betaalbare huur. De Wet toekomstbestendige huurcommissie moet de organisatie en de procedures daarop toerusten. Geen fundamentele stelselherziening, wel een reeks gerichte aanpassingen die de dagelijkse praktijk raken. Na de Tweede Kamer op 21 april 2026 stemde ook de Eerste Kamer op 29 september 2026 in. Volgens de Rijksoverheid gaat de wet op 1 januari 2027 in. Tot die datum geldt de huidige regeling. Wat u vóór die datum regelt, staat per afdeling in de checklist voor 1 januari 2027 voor corporaties en verhuurders.

In de gids over de procedure bij de Huurcommissie leest u hoe een zaak nu verloopt en wat deze wet daaraan verandert. Op de pagina Huurcommissie in cijfers staat hoe vaak de huurder nu gelijk krijgt, per jaar en per soort zaak.

Verken de wijzigingen
Wat verandert er, en wat betekent het?
Wat verandert er
Huurders moeten gebreken eerst schriftelijk bij de verhuurder melden voordat zij naar de Huurcommissie kunnen. Een brief, e-mail of appbericht volstaat, een mondelinge melding niet meer.
Wat betekent het
Wat er wanneer is gemeld, en wat daarmee is gedaan, wordt het scharnierpunt van elke gebrekenprocedure. Meldingen die versnipperd binnenkomen via telefoon, e-mail en balie horen in één registratie met termijnbewaking.
Voor wie
Alle verhuurders. Wie de meldingenstroom nu op orde brengt, staat straks sterker in elke procedure.

Stand op 1 oktober 2026: aangenomen door de Tweede Kamer op 21 april 2026 en door de Eerste Kamer op 29 september 2026. Volgens de Rijksoverheid gaat de wet op 1 januari 2027 in.

De rode draad: aantoonbaarheid

Wie de wijzigingen naast elkaar legt, ziet één patroon. Schriftelijke meldingen, volledige dossiers, bewaakte termijnen: de nieuwe wet beloont organisaties die kunnen aantonen wat er wanneer is gemeld, gevraagd en gedaan. Een gebrek dat netjes is geregistreerd en binnen de termijn is opgepakt, is straks een kort dossier. Een melding die ergens in een mailbox is blijven hangen, is een verloren zaak. In het artikel over gebreken voortaan schriftelijk melden leest u wat dat betekent voor uw meldproces. Hoeveel huurverlaging bij welk gebrek hoort, staat in de gids over het gebrekenboek van de Huurcommissie.

Dat geldt aan beide kanten. Ook wie verweer voert bij de Huurcommissie profiteert van de ruimere termijnen alleen als het dossier compleet en geordend klaarstaat. En met de nieuwe opschortingsbevoegdheid leidt een incompleet dossier voortaan expliciet tot vertraging. Welke stukken in een volledig dossier horen, leest u in de praktijkgids over het procesdossier in een huurzaak. Gidsen over de andere onderwerpen in het huurrecht staan op de overzichtspagina Huurrecht.

Gedragsklachten: het loket verschuift

De meest principiële wijziging is het schrappen van de gedragsklachtenprocedure. Sinds 2019 konden huurders bij de Huurcommissie klagen over het gedrag van hun verhuurder, maar 74 procent van die verzoeken werd niet-ontvankelijk verklaard en een duidelijk toetsingskader ontbrak. Met het verdwijnen van dit loket verschuift het zwaartepunt naar de interne klachtbehandeling van de verhuurder zelf. Wat dat betekent voor corporaties en commerciële verhuurders, en hoe u zich daarop voorbereidt, leest u in ons artikel over de verschuiving van gedragsklachten. In een aparte handreiking leest u wat er per 1 januari 2027 voor de klachtencommissie verandert. Een commerciële verhuurder zonder klachtencommissie kan een eigen klachtenregeling voor verhuurders opzetten.

De kern. De nieuwe wet is geen revolutie maar een aanscherping: meer schriftelijkheid, ruimere termijnen en zwaardere eisen aan het dossier. Organisaties die hun meldingen- en klachtproces nu op orde brengen, staan straks sterker in elke procedure.

Veelgestelde vragen

Volgens de Rijksoverheid op 1 januari 2027. De Tweede Kamer nam de wet op 21 april 2026 aan, de Eerste Kamer volgde op 29 september 2026. Formeel wordt de datum vastgelegd in een koninklijk besluit. Tot 1 januari 2027 gelden de huidige regels.

Een mondelinge melding blijft mogelijk als eerste signaal, maar volstaat niet meer als basis voor een procedure bij de Huurcommissie. De huurder moet het gebrek eerst schriftelijk bij de verhuurder hebben gemeld, bijvoorbeeld per e-mail of per app.

De aparte procedure bij de Huurcommissie voor gedragsklachten verdwijnt. Deze klachten komen primair terecht bij de interne klachtenprocedure van de verhuurder en, voor gemeentelijke handhaving, bij het meldpunt van de gemeente onder de Wet goed verhuurderschap.

De kerntaken blijven gelijk: geschillen over huurprijs, onderhoud en gebreken, en servicekosten. De wet wijzigt vooral de procedures en de organisatie, niet het soort geschillen dat de Huurcommissie behandelt.

De teruggaveregels worden strakker. Een huurder die zijn verzoek intrekt nadat het onderzoeksrapport is ontvangen, krijgt de betaalde leges niet meer terug. Een verhuurder die zijn verzoek intrekt binnen drie weken na verzending van het onderzoeksrapport, krijgt 250 euro terug, de helft van de verhuurdersleges. Daarnaast is bij de stemming een amendement aangenomen over de gedifferentieerde leges. Het tarief dat de kosten van de behandeling dekt, geldt dan alleen nog als de verhuurder al in vier of meer vergelijkbare uitspraken ongelijk kreeg. Zodra de Wet toekomstbestendige huurcommissie geldt, bepaalt een ministeriële regeling in welke gevallen welk legesbedrag geldt (artikel 7 lid 1 Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte en het nieuwe artikel 4 lid 4 Besluit huurprijzen woonruimte). De bedragen zelf blijven in het Besluit huurprijzen woonruimte staan. Voor partijen die vaak procederen, is die regeling het punt om in de gaten te houden.

Ja, dat is een van de uitbreidingen. Huurders in de sociale sector kunnen na inwerkingtreding ook een procedure bij de Huurcommissie starten over een huurverhoging op basis van een huurverhogingsbeding, de afspraak in het huurcontract over de jaarlijkse verhoging. Huurders in de midden- en vrije sector konden dat al. Voor verhuurders betekent dit dat ook de contractuele verhogingssystematiek in de sociale voorraad toetsbaar wordt.

Klaar voor de nieuwe wet?

Adminio en LEX brengen meldingen, termijnen en dossiers op één plek samen, van de eerste schriftelijke melding tot het verweer bij de Huurcommissie. Zo is aantoonbaarheid geen extra werk, maar een bijproduct van de werkwijze.

Dit artikel is algemene informatie en geen juridisch advies. Bronnen: Eerste Kamer (Kamerstukken 36791), Rijksoverheid (29 september 2026), Rijksoverheid (21 april 2026), Huurcommissie. Laatst bijgewerkt: 1 oktober 2026.