Naar de inhoud
← Nieuws
Huurrecht··9 min lezen·Door mr. drs. Kevin Korevaar, bedrijfsjurist

Wet modernisering servicekosten: wat er per 1 januari 2027 verandert

Een limitatieve lijst van acht kostencategorieën, een winstverbod, wettelijke plafonds op administratiekosten en fondsen, en het vervallen van de drempels voor collectieve procedures. De grootste servicekostenherziening in jaren gaat in op 1 januari 2027, en 2026 is het jaar om de administratie erop in te richten.


Waarom deze wet er komt

Servicekosten zijn uitgegroeid tot een van de snelst groeiende geschilcategorieën bij de Huurcommissie, en de wetgever trekt daaruit een heldere conclusie: de regels waren te open. Wat precies mocht worden doorberekend, welke opslag redelijk was en wat er gebeurde als een afrekening uitbleef, moest telkens per geschil worden uitgevochten. De Wet modernisering servicekosten vervangt die open normen door harde regels. De wet treedt in werking op 1 januari 2027: eerder was 1 juli 2026 gecommuniceerd, maar de invoering is verschoven zodat verhuurders en corporaties de tijd krijgen om contracten en administratie aan te passen. Het besluit en de ministeriële regeling met de uitwerking zijn op 1 april 2026 gepubliceerd. Verken hieronder de vier onderdelen die het meest raken aan de praktijk.

Verken de nieuwe regels
Wat er verandert, in cijfers, en wat u nu regelt
Wat verandert
Voor huurcontracten die op of na 1 januari 2027 worden gesloten, komt er een limitatieve lijst van acht categorieën kosten die als servicekosten mogen worden doorberekend. Wat niet op de lijst staat, mag niet meer in de servicekosten worden opgenomen. De huurder betaalt het bedrag dat past bij de wettelijke rekenregels of bij een redelijke vergoeding voor de geleverde zaken en diensten (artikel 7:259 lid 1 BW). Volgens de toelichting bij de Regeling servicekosten zijn de werkelijk gemaakte kosten daarbij de basis.
De cijfers en gevolgen
Acht categorieën, werkelijke kosten als plafond. De bekende posten blijven mogelijk (zoals nutsvoorzieningen met een individuele meter, schoonmaak van gemeenschappelijke ruimten, de huismeester en kleine herstellingen), maar de grondslag wordt strakker: wie iets doorberekent, moet het kunnen herleiden tot de lijst én tot een werkelijke kostenpost.
Wat u in 2026 regelt
Loop het hele servicekostenpakket langs de nieuwe lijst en schrap of herlabel wat er niet op past. Doe dat in 2026: elke component die per 1 januari 2027 in een nieuw contract staat, moet dan al kloppen.

Vuistregel: bij huurcontracten van 2027 of later moet alles wat u doorberekent herleidbaar zijn tot de lijst, tot werkelijke kosten en tot een deugdelijke afrekening.

Het overgangsrecht bepaalt uw tempo

De regels over wat u als servicekosten mag doorberekenen, zoals de lijst van acht soorten kosten en de rekenregels, gelden voor huurovereenkomsten die op of na 1 januari 2027 worden gesloten (artikel 208ga Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek). Bestaande contracten blijven daarvoor onder het oude regime, tenzij huurder en verhuurder samen kiezen voor de nieuwe regels. Die overstap vereist de instemming van de huurder.

De wijzigingen bij de Huurcommissie gelden wel vanaf 1 januari 2027 voor alle huurcontracten, ook de bestaande. Huurders kunnen dan met twee of meer samen een verzoek indienen. Stuurt u geen afrekening, dan stelt de Huurcommissie de servicekosten vast op normbedragen. En huurders kunnen het voorschot voor alle soorten servicekosten laten toetsen. Voor een verzoek dat op 1 januari 2027 al loopt, en voor een afrekening die vóór die datum op tijd is verstuurd, geldt nog het oude recht (artikel V Wet modernisering servicekosten). Zo staat het ook op de site van de Huurcommissie.

Het oude regime voor bestaande contracten klinkt geruststellend, maar het tempo zit in de mutaties: elke woning die vanaf 2027 opnieuw wordt verhuurd, valt direct onder het nieuwe regime. Een verhuurder draait daardoor jarenlang twee administraties naast elkaar, per woning bepaald door de contractdatum. Wie het pakket, de opslagen en de fondsen nu al langs de nieuwe regels legt, voorkomt dat elke mutatie een handmatige uitzondering wordt.

Advies over het pakket, instemming over de berekening

Over de samenstelling, het kwaliteitsniveau en de prijs van het pakket diensten heeft de huurdersorganisatie adviesrecht (artikelen 3 lid 2 onder f en 5 Overlegwet). Voor het beleid over de vaststelling van de servicekosten geldt meer. Wijzigt de verhuurder dat beleid, dan is vooraf de instemming van de huurdersorganisatie nodig (artikel 5a Overlegwet). Volgens de Huurcommissie gaat het daarbij alleen om de manier waarop de verhuurder de servicekosten berekent, aan huurders toerekent en afrekent. Verandert u bij de overgang naar 2027 de berekening, de verdeling of de afrekening, dan is de herziening ook een overlegtraject, met de termijnen en zorgvuldigheid die daarbij horen. Hoe dat overleg werkt, staat in ons artikel over de adviesaanvraag onder de Overlegwet. In de gids over servicekosten en de jaarafrekening leest u hoe u de afrekening zelf opbouwt en wat de Huurcommissie toetst. Wie wat doet vóór 1 januari 2027, van het pakket tot de instemming van de huurdersorganisatie, staat in de checklist huurrecht 2027.

In de gids over de Overlegwet leest u welke rechten de huurdersorganisatie nog meer heeft. Daar vindt u ook een model-adviesaanvraag in Word. Bewoners die willen nakijken of de kosten kloppen, lezen in een praktijkgids hoe zij de afrekening servicekosten controleren.

Voor commissies: verwacht de nieuwe toetsingsvragen

Klachtencommissies en geschillencommissies krijgen de wet vanzelf op tafel. Klachten over de afrekening, over een opslag of over een fonds bij een huurcontract van 2027 of later worden langs de nieuwe meetlat gelegd: past de post op de lijst, klopt het bedrag met de rekenregels, blijven de administratiekosten binnen de plafonds, en is de afrekening deugdelijk. En het vervallen van de collectief-drempels betekent dat één klacht over een complex vaker het startpunt is van een gebundeld dossier. Voor de commissie is dat een reden om complexdossiers vanaf het begin consistent op te bouwen, en voor de verhuurder om het verweer bij de Huurcommissie op orde te hebben vóórdat de eerste collectieve toets komt.

De kern in één zin: per 1 januari 2027 is elke servicekostenpost in een nieuw huurcontract alleen nog houdbaar als hij op de lijst past, tegen werkelijke kosten is berekend en met een deugdelijke afrekening is onderbouwd, en 2026 is het jaar om precies dat te organiseren.

Veelgestelde vragen

Op 1 januari 2027. Eerder was 1 juli 2026 gecommuniceerd, maar het kabinet heeft de invoering verschoven naar 1 januari 2027, mede op verzoek van de sector, zodat verhuurders en corporaties meer tijd hebben om contracten en administratie aan te passen. Het besluit en de ministeriële regeling met de uitwerking zijn op 1 april 2026 gepubliceerd.

Dat verschilt per onderdeel. De regels over wat u als servicekosten mag doorberekenen, zoals de lijst van acht soorten kosten en de rekenregels, gelden voor huurovereenkomsten die op of na 1 januari 2027 worden gesloten (artikel 208ga Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek). Voor bestaande contracten blijven daarvoor de oude regels gelden, tenzij huurder en verhuurder afspreken om over te stappen. Die overstap vereist de instemming van de huurder. Volgens de Huurcommissie gelden drie wijzigingen wel voor alle contracten, ook de bestaande. Huurders kunnen met twee of meer samen een verzoek indienen. Zonder afrekening stelt de Huurcommissie de servicekosten vast op normbedragen. En huurders kunnen het voorschot voor alle soorten servicekosten laten toetsen. Voor een afrekening die vóór 1 januari 2027 op tijd is verstuurd, en voor een verzoek dat op die datum al loopt, geldt nog het oude recht (artikel V Wet modernisering servicekosten). Bij elke nieuwe verhuring vanaf 2027 valt een woning vanzelf onder de nieuwe regels.

Bij huurcontracten van 2027 of later alleen kosten die passen binnen de limitatieve lijst van acht categorieën. De huurder betaalt dan het bedrag dat past bij de wettelijke rekenregels of bij een redelijke vergoeding voor de geleverde zaken en diensten (artikel 7:259 lid 1 BW). De werkelijk gemaakte kosten zijn daarbij de basis. Posten die niet op de lijst passen, kunnen niet langer via de servicekosten lopen en moeten uit het pakket worden gehaald of anders worden geregeld.

Vanaf 1 januari 2027 stelt de Huurcommissie de servicekosten dan vast op een normbedrag, of op nul euro als de zaak of dienst niet is geleverd (artikel 18 lid 3 Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte). Dat gold al als de verhuurder het formulier van de Huurcommissie niet of onvolledig invulde. Nieuw is dat ook een ontbrekende afrekening tot normbedragen leidt, ook bij een bestaand contract. Volgens de Huurcommissie kan zij de verhuurder eerst een termijn geven om de afrekening alsnog te sturen of te verbeteren. De normbedragen zijn laag, dus zonder deugdelijke afrekening krijgt de verhuurder vaak minder dan de werkelijke kosten.

De drie drempels vervallen: de eis dat ten minste de helft van de huurders van het complex meedoet, de ondergrens van 25 woningen en het minimumbelang van 36 euro. Huurders kunnen daardoor aanzienlijk makkelijker gezamenlijk een servicekostenafrekening laten toetsen, wat het belang van een consistente onderbouwing per complex vergroot. Dit geldt ook bij bestaande huurcontracten. Voor een afrekening die vóór 1 januari 2027 op tijd is verstrekt, zoals die over 2025, gelden nog de oude drempels (artikel V, tweede lid, Wet modernisering servicekosten).

Ja, als de verhuurder het beleid over de vaststelling van de servicekosten wijzigt. Dan is vooraf de instemming van de huurdersorganisatie nodig (artikel 5a Overlegwet). Volgens de Huurcommissie gaat het alleen om de manier waarop de verhuurder de servicekosten berekent, aan huurders toerekent en afrekent. Over de samenstelling en de prijs van het pakket diensten heeft de huurdersorganisatie adviesrecht (artikelen 3 lid 2 onder f en 5 Overlegwet). Wie het pakket in 2026 aanpast voor de nieuwe wet, betrekt de huurdersorganisatie daar dus op tijd bij.

Servicekostendossiers die de toets doorstaan

Adminio bouwt complexdossiers consistent op, van eerste klacht tot collectieve procedure, en LEX Verweer zet de relevante uitspraken en wetsartikelen automatisch naast uw afrekening.

Dit artikel is algemene informatie en geen juridisch advies. Bedragen en percentages volgen het besluit en de regeling zoals gepubliceerd op 1 april 2026 en kunnen tot de inwerkingtreding nog wijzigen. Bronnen: Volkshuisvesting Nederland (nieuwe regels servicekosten per 1 januari 2027), Wet modernisering servicekosten (Stb. 2025, 156), het besluit over de inwerkingtreding (Stb. 2026, 82) en de Huurcommissie. Laatst bijgewerkt: 16 oktober 2026.