Servicekosten: de afrekening, de Huurcommissie en de regels vanaf 2027
U stuurt de huurder elk jaar voor 1 juli een afrekening van de servicekosten. Daarin zet u het voorschot naast wat de schoonmaak, de huismeester, de verwarming en de andere posten werkelijk kostten. Is de huurder het er niet mee eens, dan kan de Huurcommissie de kosten opnieuw vaststellen. Ze kijkt dan vooral naar de facturen die u kunt laten zien.
Op 1 januari 2027 gaat de Wet modernisering servicekosten in. Voor nieuwe huurcontracten geldt dan een gesloten lijst van acht soorten servicekosten, met vaste rekenregels en maxima. Bestaande contracten houden grotendeels de oude regels. Uit ruim 10.000 uitspraken in LEX blijkt welke posten het vaakst tot een zaak leiden, en hoe vaak de huurder gelijk krijgt. Huurdersorganisaties en bewonerscommissies lezen hoe ze een afrekening nakijken in de gids De afrekening servicekosten controleren.
- 30 juniDe afrekening over het vorige jaar moet dan uiterlijk bij de huurder zijn.
- 24maandenZo lang kan de huurder daarna nog naar de Huurcommissie.
- € 75Hoger mogen de administratiekosten per woning niet zijn. Bij een bestaand contract geldt dat per afrekening, bij een nieuw contract per kalenderjaar.
- 85procentZo vaak kreeg de huurder geheel of deels gelijk als de Huurcommissie een afrekening inhoudelijk beoordeelde. Het gaat om bijna 8.500 uitspraken in LEX.
Rekenvoorbeeld
Een afrekening, regel voor regel getoetst
Zo toetst de Huurcommissie een servicekostenafrekening, hier met verzonnen bedragen bij een bestaand huurcontract.
| Post | Afrekening | Na toetsing |
|---|---|---|
| StookkostenToegestaanCollectieve verwarming, verdeeld met de afgesproken sleutel. | € 900,00 | € 900,00 |
| Schoonmaak trappenhuisToegestaanGemeenschappelijke ruimte, volgens het contract. | € 186,00 | € 186,00 |
| HuismeesterBijgesteldGetoetst aan hoogstens € 41 per uur, 70 procent voor de huurders. | € 268,33 | € 239,17 |
| Glasbewassing met hoogwerkerBijgesteldHoogwerker niet apart op de factuur, dus telt een derde mee. | € 96,00 | € 32,00 |
| Schilderwerk trappenhuisNiet toegestaanOnderhoud is voor de verhuurder. | € 80,00 | € 0,00 |
| OpstalverzekeringNiet toegestaanBlijft voor de verhuurder. | € 64,00 | € 0,00 |
| AdministratiekostenBijgesteldOpnieuw berekend over de getoetste posten. | € 52,72 | € 40,86 |
| Totaal kosten | € 1.647,05 | € 1.398,03 |
| Betaald voorschot, 12 keer € 125 | € 1.500,00 | € 1.500,00 |
Voorschot tegenover kosten
Twee posten mochten niet op de afrekening en drie waren te hoog. Samen scheelt dat € 249,02, genoeg om een bijbetaling in een teruggave te veranderen.
Servicekosten in het kort
Met servicekosten betaalt de huurder voor zaken en diensten die u naast de woning zelf levert (artikel 7:237 lid 3 Burgerlijk Wetboek, hierna BW). In een appartementengebouw gaat het bijvoorbeeld om de schoonmaak van het trappenhuis, de huismeester en de verwarming. Meestal betaalt de huurder elke maand een voorschot. Na afloop van het jaar rekent u af op de werkelijke kosten.
U rekent de kosten door die u echt hebt gemaakt, voor zaken en diensten die de huurder ook krijgt. Voor fondsen, meubels en administratiekosten gelden eigen rekenregels. Komt u er samen niet uit, dan kan zowel u als de huurder de Huurcommissie vragen de servicekosten vast te stellen (artikel 7:260 BW).
Bij een sociale huurwoning doet de Huurcommissie een uitspraak. Die bindt u en de huurder, tenzij een van beiden binnen acht weken naar de kantonrechter stapt. Hetzelfde geldt bij een middenhuur- of vrijesectorwoning met een contract van 1 juli 2024 of later. Is het contract van een vrijesectorwoning ouder, dan geeft de Huurcommissie volgens haar eigen informatie alleen een advies. Dat kan alleen als u en de huurder schriftelijk hebben afgesproken dat de Huurcommissie het geschil mag beoordelen.
Bij een oudere vrijesectorwoning die op punten in de sociale huur valt, is de situatie minder duidelijk. Het gaat om een woning met een maximale huurprijs onder de huurtoeslaggrens, volgens de Huurcommissie maximaal 143 punten. Sinds 1 juli 2025 geldt voor zo'n contract het nieuwe artikel 7:247 BW, en daarin staat ook de regeling voor servicekosten (artikel 208e lid 2 Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek). Volgens de wet kan de huurder de servicekosten dan bindend laten toetsen. De Huurcommissie noemt op haar website bij zulke contracten alleen de huurprijs.
Over de jaarlijkse verhoging van de kale huur leest u meer in de gids over huurverhoging en bezwaar. Valt een voorziening steeds uit door achterstallig onderhoud, zoals een lift, dan is dat een gebrek. De huurder kan dan huurverlaging vragen. Hoe dat werkt, staat in de gids over gebreken en huurverlaging.
Welke kosten de Huurcommissie toetst
De Huurcommissie loopt elke post in drie stappen na. Eerst kijkt ze of u de post met de huurder hebt afgesproken. Dan of het bedrag een redelijke vergoeding is voor wat er is geleverd. En ten slotte of de post onder de zaken en diensten valt die als servicekosten gelden.
Een afspraak hoeft bij een bestaand contract niet altijd op papier te staan. Volgens de Huurcommissie kan die ook stilzwijgend ontstaan. Bij de redelijke vergoeding gaat ze uit van de werkelijke kosten, en die toont u aan met facturen of andere betaalbewijzen. Een grootboekkaart of een lijst van facturen is niet genoeg. Welke zaken en diensten in elk geval servicekosten zijn, staat in het Besluit servicekosten. Voor kleine herstellingen kijkt de Huurcommissie naar het Besluit kleine herstellingen.
De Huurcommissie kan ook op een hoger bedrag uitkomen dan uw afrekening, bijvoorbeeld door een rekenfout of omdat een andere verdeelsleutel redelijker is. De btw mag u volledig doorberekenen, ook als u zelf niet btw-plichtig bent. Gas, elektriciteit en water met een eigen meter in de woning heten in de wet kosten voor nutsvoorzieningen met een individuele meter. Ook die toetst de Huurcommissie, met de meterstanden als uitgangspunt. Bij contracten vanaf 1 januari 2027 horen ze in de wet gewoon bij de servicekosten.
De verdeling over de woningen
Gaat een factuur over het hele complex, dan verdeelt u de kosten met een verdeelsleutel. De Huurcommissie gaat in principe uit van een gelijke verdeling over de woningen waarvan de bewoners de zaak of dienst gebruiken of kunnen gebruiken. Een huurder die een voorziening niet gebruikt en ook niet hoeft te gebruiken, betaalt niet mee. Denk aan een benedenwoning met een eigen voordeur, zonder berging of brievenbus in de gemeenschappelijke ruimte.
Gas zonder eigen meter verdeelt de Huurcommissie nu bij voorkeur voor 35 procent gelijk over de woningen en voor 65 procent naar vloeroppervlakte. Vanaf 2027 gebruikt ze die verdeling ook bij bestaande contracten, dan voor warmte en koude. Gas dat alleen voor het koken is, verdeelt ze dan gelijk over de woningen. Gebruikt u een paar jaar achter elkaar dezelfde verdeelsleutel, dan geldt die als afgesproken. Is die sleutel niet redelijk, dan kan de Huurcommissie er toch van afwijken.
Het beleid per post
Voor veel posten heeft de Huurcommissie beleidsregels, in haar beleidsboek servicekosten van juli 2026. In de tabel ziet u de regels voor bestaande huurcontracten. Verandert een regel op 1 januari 2027, dan staat dat erbij.
Beleid van de Huurcommissie, bestaande huurcontracten
| Post | Wat u mag doorberekenen |
|---|---|
| Huismeester | In principe betalen de huurders 70 procent van de kosten en u 30 procent. Het uurtarief is hoogstens € 41 inclusief btw in 2025 en 2026, en € 42 in 2027 en 2028. De Huurcommissie wil een functieomschrijving, de facturen en een urenverantwoording zien. |
| Externe beveiliging | Ook hier betalen de huurders 70 procent. Een maximaal uurtarief geldt niet. Bij een gecertificeerde beveiligingsdienst is de factuur genoeg. |
| Schoonmaak | De schoonmaak van gemeenschappelijke ruimten mag op de afrekening. De schoonmaak bij het begin of het eind van de huur niet. |
| Tuin en groen | Het onderhoud van groen dat alleen voor de bewoners is, mag op de afrekening. Groen met een openbaar karakter en een kijktuin waar de huurder niet in kan, blijven voor uw rekening. Voor gladheidsbestrijding geldt hetzelfde. |
| Glasbewassing | Het wassen van ramen die de huurder zelf kan bereiken, mag op de afrekening. Maakt u ramen bereikbaar, bijvoorbeeld met een hoogwerker, dan betaalt u die kosten zelf. Alleen het wassen mag dan op de afrekening. Staat de hoogwerker niet apart op de factuur, dan rekent de Huurcommissie een derde van de factuur als kosten van het wassen. |
| Roerende zaken | Voor meubels, stoffering, laminaat en apparaten die u levert, rekent u meestal een gebruiksvergoeding van 20 of 10 procent van de aanschafwaarde per jaar. Voor inbouwapparatuur, de cv-installatie en andere onroerende zaken kan dat niet. Reparaties aan roerende zaken mag u volgens de Huurcommissie niet doorberekenen, ook niet bij bestaande contracten. Vanaf 1 januari 2027 mag een roerende pakketkluis die alleen voor de huurders is op de afrekening, voor hoogstens € 2 per huurder per maand. |
| Brandbeveiliging en camera's | Voor roerende brandbeveiligingsmiddelen, zoals brandblussers, rekent u hoogstens 50 procent van de kosten door. Voor roerende beveiligingscamera's is dat 70 procent. Bij bestaande contracten blijft dat na 1 januari 2027 zo. |
| Verzekeringen | Opstal-, brand-, storm- en aansprakelijkheidsverzekeringen blijven voor u. Een inboedelverzekering voor roerende zaken die u levert en een glasverzekering mag u doorberekenen. Zit de glasverzekering in de opstalverzekering en kunt u de premie niet splitsen, dan rekent de Huurcommissie met 15 procent van de opstalpremie. Die vuistregel vervalt op 1 januari 2027. Daarna mag een glasverzekering alleen nog als die past binnen het Besluit kleine herstellingen. |
| Onderhoudscontract met 24-uursservice | U mag alleen de kosten van de 24-uursservice zelf doorberekenen. Staan die niet apart op de factuur, dan rekent de Huurcommissie nu met 20 procent van de onderhoudskosten. Die vuistregel vervalt op 1 januari 2027. Daarna moet u de prijs van de service zelf aantonen. |
| Fondsen | Een glas-, ontstoppings- of lampenfonds mag, als u laat zien hoe groot het fonds is en wat eruit is betaald. Het fonds is hoogstens drie keer de jaaropbrengst, dus de jaarlijkse inleg, en u gebruikt het alleen voor het eigen doel. |
| Niet op de afrekening | Onderhoud dat voor uw rekening komt, servicekosten die u door leegstand misloopt, belastingen en heffingen, en zorgkosten. Over belastingen, heffingen en zorgkosten doet de Huurcommissie geen uitspraak. |
Administratiekosten over de servicekosten
Voor het werk aan de afrekening mag u administratiekosten rekenen. Bij bestaande contracten is dat volgens de Huurcommissie hoogstens 2 procent over de warmtelevering en 5 procent over de overige servicekosten. Per woning rekent u minimaal € 7,50 en hoogstens € 75 per afrekening. Bij contracten vanaf 1 januari 2027 geldt de € 75 per kalenderjaar.
Administratiekosten mag u alleen rekenen als de huurder een afrekening heeft gekregen. Een te late afrekening telt ook. Bij bestaande contracten hoeft u ze volgens de Huurcommissie niet apart af te spreken, omdat ze zo nauw met de servicekosten samenhangen. De 2 procent geldt voor de warmtelevering met gas, olie of een andere brandstof. Besteedt u het meten en verdelen van die kosten uit, dan is het hoogstens 1 procent. De percentages zijn inclusief btw. Volgens de Huurcommissie berekent u ze over de kosten van de huurder, niet over die van het hele complex. Dat geldt ook bij nieuwe contracten.
Voor huurcontracten vanaf 1 januari 2027 staan de grenzen in de Regeling servicekosten. U rekent dan hoogstens 2 procent over warmte, koude, elektriciteit, gas en water en hoogstens 5 procent over de rest. Per woning is dat minimaal € 7,50 en hoogstens € 75 per kalenderjaar, voor alle afrekeningen samen. Ook als u de stookkosten apart afrekent, blijft het maximum dus € 75. Het uitlezen van meters, het verdelen van de kosten en het opstellen van de afrekening vallen volgens de toelichting bij de regeling onder de administratiekosten. Volgens de Huurcommissie geldt dat ook als een meetbedrijf dat werk voor u doet. Bij nieuwe contracten zijn dat dus geen aparte posten meer. Het gebruik van de meters en kostenverdelers zelf blijft wel een vaste kost van de warmte of de energie.
Rekenvoorbeeld bij een bestaand contract, met verzonnen bedragen
| Stookkosten € 900, daarvan 2 procent | € 18,00 |
|---|---|
| Overige posten € 640, daarvan 5 procent | € 32,00 |
| Administratiekosten, onder het maximum van € 75 | € 50,00 |
Bij een woning met maar € 100 aan servicekosten komt 5 procent uit op € 5. Dan mag u toch het minimum van € 7,50 rekenen. Huurders en huurdersorganisaties rekenen deze post gemakkelijk na, dus een percentage dat net te hoog is, valt snel op.
Nieuwe regels voor servicekosten vanaf 2027
Op 1 januari 2027 gaat de Wet modernisering servicekosten in (Staatsblad 2025, 156 en 2026, 82). Voor nieuwe huurcontracten geldt dan een gesloten lijst van acht soorten servicekosten. Hoe u die berekent en verdeelt, staat in de Regeling servicekosten. Bestaande contracten houden de oude regels voor wat u mag doorberekenen. Drie wijzigingen in de procedure bij de Huurcommissie gelden wel voor alle contracten.
Nieuwe contracten: acht soorten servicekosten
Bij een huurcontract vanaf 1 januari 2027 mag u alleen nog servicekosten rekenen voor zaken en diensten uit het Besluit servicekosten, en alleen als u die met de huurder hebt afgesproken. In het besluit staan acht soorten.
- Warmte en koude, zoals warm water, verwarming en koeling die u levert.
- Elektriciteit, gas en water, voor de woning en voor de gemeenschappelijke ruimten.
- Roerende zaken die u bij de woning of in de gemeenschappelijke ruimten levert.
- Kleine herstellingen die voor rekening van de huurder komen en die u uitvoert of laat uitvoeren, zoals schoonmaak, glasbewassing en tuinonderhoud.
- Toezicht, beveiliging en vuil, zoals een huismeester, het reageren op alarmeringen en het afvoeren van huisvuil.
- Signaallevering, zoals tv en internet, en de alarmtelefoon in de lift.
- Verzekeringen en fondsen, zoals een verzekering voor roerende zaken die u levert en een glasfonds.
- Administratiekosten.
Een glasfonds past in die lijst, een glasverzekering niet. Ook een 24-uursservice en een ontstoppingscontract kunt u volgens de Huurcommissie niet meer doorberekenen. Een ontstopping die echt is uitgevoerd, mag wel op de afrekening, eventueel via een fonds. Het wassen van ramen die de huurder niet kan bereiken, blijft volledig voor uw rekening, ook als u ze met een hoogwerker bereikbaar maakt. Reparaties aan roerende zaken blijven volgens de Regeling servicekosten ook voor u. Voor roerende brandbeveiligingsmiddelen, zoals brandblussers, en voor roerende beveiligingscamera's rekent u hoogstens 50 procent van de kosten door. In een fonds legt de huurder hoogstens € 6 per maand in.
Bestaande contracten
Bij een contract van voor 1 januari 2027 blijven de oude regels gelden voor wat u mag doorberekenen (artikel 208ga Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek). Volgens de Huurcommissie kunt u met de huurder afspreken dat de nieuwe regels ook voor een bestaand contract gelden, maar alleen met de uitdrukkelijke instemming van de huurder. Wel verandert de Huurcommissie op 1 januari 2027 een deel van haar beleid voor bestaande contracten, onder meer voor de glasverzekering, de 24-uursservice, de pakketkluis en de rekenregels voor energie en water. U vindt die wijzigingen in de tabel met het beleid per post en in de tabel hieronder.
Drie wijzigingen in de procedure
Vanaf 1 januari 2027 gelden drie wijzigingen voor alle contracten. Ten eerste kunnen huurders makkelijker samen naar de Huurcommissie, volgens de Huurcommissie al vanaf twee huurders. Ten tweede kan elke huurder het voorschot voor alle servicekosten laten toetsen. Ten derde rekent de Huurcommissie met normbedragen als de afrekening ontbreekt, en met € 0 voor een zaak of dienst die niet is geleverd (artikel 18 Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, hierna Uhw). Die regel gold al als u het specificatieformulier niet of niet volledig invulde. De Huurcommissie kan u volgens haar eigen informatie eerst nog een termijn geven om de afrekening alsnog te sturen of te verbeteren.
Ligt een verzoek op 1 januari 2027 al bij de Huurcommissie, dan behandelt ze het nog volgens de oude regels. Dat doet ze ook bij een afrekening die u voor die datum binnen de termijn van zes maanden hebt verstrekt (artikel V Wet modernisering servicekosten). Hebt u de afrekening over 2025 op tijd verstuurd, dan gelden daarvoor dus de oude regels, ook als de huurder pas in 2027 naar de Huurcommissie gaat. Voor de afrekening over 2026, en voor een afrekening die te laat kwam, gelden de nieuwe.
Vanaf 1 januari 2027, per soort contract
| Onderwerp | Contract vanaf 1 januari 2027 | Contract van voor 1 januari 2027 |
|---|---|---|
| Wat u mag doorberekenen | Alleen kosten die passen in de acht soorten van het Besluit servicekosten. | De oude regels. Volgens de Huurcommissie kunnen de nieuwe alleen gelden als de huurder daar uitdrukkelijk mee instemt. |
| Berekening en verdeling | Verplichte rekenregels uit de Regeling servicekosten. Kosten van gemeenschappelijke zaken en diensten gaan gelijk over de woningen die er gebruik van kunnen maken. | Het beleid van de Huurcommissie. Voor energie en water past de Huurcommissie dezelfde rekenregels toe als bij nieuwe contracten. Een huurder die een gemeenschappelijke voorziening niet hoeft te gebruiken, betaalt er voorlopig niet aan mee. |
| Administratiekosten | 2 procent over warmte, koude, elektriciteit, gas en water en 5 procent over de rest. Minimaal € 7,50 en hoogstens € 75 per woning per kalenderjaar. Het uitlezen van meters en het verdelen van de kosten vallen hieronder, ook door een meetbedrijf. | 2 procent over de warmtelevering, of 1 procent als u meten en verdelen uitbesteedt, en 5 procent over de rest. Minimaal € 7,50 en hoogstens € 75 per afrekening. |
| Fondsen | Een inleg van hoogstens € 6 per maand. Het fonds is hoogstens drie keer de jaaropbrengst. | Het fonds is hoogstens drie keer de jaaropbrengst. |
| Samen naar de Huurcommissie | Makkelijker, volgens de Huurcommissie al met twee huurders. | Ook makkelijker, behalve bij een afrekening die voor 1 januari 2027 op tijd is verstrekt. |
| Geen of onvolledige afrekening | De Huurcommissie rekent met normbedragen, of met € 0 als de zaak of dienst niet is geleverd. | Hetzelfde, behalve bij een afrekening die voor 1 januari 2027 op tijd is verstrekt. |
| Voorschot laten toetsen | Kan voor alle servicekosten. | Kan voor alle servicekosten. Tot 2027 alleen voor gas, elektriciteit en water met een eigen meter. |
Voorbereiden op 2027
- Leg het servicekostenpakket naast de acht soorten en de rekenregels. Elk nieuw contract vanaf 1 januari 2027 moet daaraan voldoen.
- Pas het modelcontract en de bijlage met de servicekosten aan voor nieuwe verhuringen.
- Richt de administratie in op twee regimes naast elkaar. Elke woning die u opnieuw verhuurt, valt onder de nieuwe regels.
- Reken de administratiekosten en de fondsen na met de nieuwe maxima. Tel het uitlezen en verdelen door het meetbedrijf bij de administratiekosten.
- Vraag de huurdersorganisatie op tijd om instemming als u uw beleid voor de servicekosten verandert.
- Stuur de afrekening over 2026 op tijd en volledig. Ontbreekt die afrekening, dan rekent de Huurcommissie met normbedragen.
- Is de Wet toekomstbestendige huurcommissie dan al in werking, stuur de afrekening over 2026 dan tegelijk ook naar de huurdersorganisatie van het complex.
Meer over de nieuwe wet leest u in het artikel over de Wet modernisering servicekosten. Wat u verder voor 1 januari 2027 moet regelen, staat in de checklist huurrecht 2027.
De jaarafrekening en de termijnen
De servicekostenafrekening over het vorige kalenderjaar moet uiterlijk op 30 juni bij de huurder zijn (artikel 7:259 lid 2 BW). Zet erin wat elke post kostte, hoe u het aandeel van de woning berekende en wat de huurder aan voorschot betaalde. Vanaf 30 juni heeft de huurder 24 maanden om naar de Huurcommissie te gaan (artikel 7:260 lid 2 BW).
Loopt het boekjaar van een leverancier niet gelijk met het kalenderjaar, dan neemt u die kosten op in de afrekening over het jaar waarin dat boekjaar eindigt. Eindigt de huur halverwege het jaar, dan gaat de afrekening over het deel van het jaar dat al voorbij is (artikel 7:259 leden 2 en 3 BW).
Na de afrekening mag de huurder de boeken en andere stukken inzien waarop die is gebaseerd, of kopieën daarvan (artikel 7:259 lid 4 BW). Houd de facturen daarom per complex en per jaar bij elkaar.
Een afrekening blijft zo toetsbaar tot ruim drie jaar na het begin van het jaar waarover u afrekent. Bewaar de stukken die elke post onderbouwen minstens zo lang, ook als de collega die de afrekening maakte al weg is. Welke regels de Huurcommissie toepast, hangt ook af van het jaar waarover u afrekent.
De uiterste data per afrekenjaar
- Afrekening over 2024Procedure bij de Huurcommissie: Oude regels, als de afrekening op tijd wasUiterlijk bij de huurder30 juni 2025Laatste dag voor de Huurcommissie30 juni 2027
- Afrekening over 2025Procedure bij de Huurcommissie: Oude regels, als de afrekening op tijd wasUiterlijk bij de huurder30 juni 2026Laatste dag voor de Huurcommissie30 juni 2028
- Afrekening over 2026Procedure bij de Huurcommissie: Nieuwe regelsUiterlijk bij de huurder30 juni 2027Laatste dag voor de Huurcommissie30 juni 2029
Het voorschot aanpassen en het pakket wijzigen
Na de afrekening kunt u het voorschot afstemmen op de kosten die u verwacht, voor zover het huurcontract dat toelaat. Voor gas, elektriciteit en water met een eigen meter in de woning mag u het voorschot na elke afrekening maar één keer verhogen (artikel 7:261 lid 1 BW). Breidt u de levering van zaken of diensten uit, dan mag u het voorschot ook verhogen. Bij contracten vanaf 1 januari 2027 gelden die grenzen voor alle servicekosten. Ligt het voorschot ver boven de te verwachten kosten, dan kan de huurder de Huurcommissie vragen het te verlagen (artikel 7:261 lid 3 BW en artikel 19 Uhw). Nu kan dat alleen voor gas, elektriciteit en water met een eigen meter, vanaf 2027 voor alle servicekosten.
Sommige diensten kunt u alleen aan een groep huurders samen leveren, zoals een huismeester voor het hele gebouw. Zo'n dienst kunt u toevoegen of schrappen als ten minste 70 procent van die huurders instemt. Alle huurders zijn dan aan het nieuwe pakket en het nieuwe voorschot gebonden. Een huurder die niet instemde, kan de rechter laten beoordelen of het voorstel redelijk is. Dat moet binnen acht weken nadat u schriftelijk hebt gemeld dat 70 procent heeft ingestemd (artikel 7:261 lid 2 BW).
Wilt u uw beleid voor de servicekosten veranderen, dan hebt u vooraf de instemming van de huurdersorganisatie nodig (artikel 5a Wet op het overleg huurders verhuurder). Dat geldt voor corporaties en voor verhuurders met ten minste 25 woningen, als er een huurdersorganisatie is. In de gids over de Overlegwet leest u hoe u om instemming en advies vraagt. Daar staat ook een model-adviesaanvraag in Word.
Zodra de Wet toekomstbestendige huurcommissie (Staatsblad 2026, 311) geldt, stuurt u de afrekening elk jaar ook naar de huurdersorganisatie van het wooncomplex, tegelijk met de afrekening aan de huurders (nieuw artikel 3 lid 5 Wet op het overleg huurders verhuurder). Dat geldt voor corporaties en voor andere verhuurders met ten minste 25 woningen, maar alleen bij een wooncomplex van ten minste 25 woningen (artikel 1 Wet op het overleg huurders verhuurder). Volgens de Rijksoverheid gaat de Wet toekomstbestendige huurcommissie op 1 januari 2027 in. Een koninklijk besluit legt die datum vast, en dat besluit was op 16 oktober 2026 nog niet verschenen.
Servicekosten te hoog: van bezwaar tot Huurcommissie
Een huurder die de servicekosten te hoog vindt, maakt eerst schriftelijk bezwaar bij u. Volgens het beleid van de Huurcommissie hebt u dan drie weken om te reageren. Komt u er samen niet uit, dan kan de huurder de Huurcommissie vragen de servicekosten vast te stellen, tot 24 maanden na 30 juni.
Termijnen in een servicekostenzaak
- 3 weken
Bezwaar van de huurder
U reageert binnen drie weken (beleid van de Huurcommissie).
- 3 weken
De huurder vraagt de afrekening op
U stuurt de afrekening binnen drie weken (beleid van de Huurcommissie).
- 24 maanden
Verzoek van de huurder
De huurder kan het verzoek doen tot 24 maanden na de uiterste datum voor de afrekening (artikel 7:260 lid 2 BW).
- na 3 weken
Uw eigen verzoek
U kunt zelf een verzoek doen vanaf drie weken nadat u de afrekening hebt gestuurd (beleid van de Huurcommissie).
- 3 weken
Stukken naar de Huurcommissie
Binnen drie weken. U kunt één keer drie weken uitstel vragen, binnen die termijn (beleid van de Huurcommissie).
- 2 weken
Zitting
De Huurcommissie laat u de datum ten minste twee weken van tevoren weten (artikel 28 lid 6 Uhw).
- 3 weken
Verzet tegen een uitspraak van de voorzitter
Binnen drie weken na verzending (artikel 20 lid 6 Uhw). Zes weken zodra de Wet toekomstbestendige huurcommissie ingaat.
- 8 weken
Naar de kantonrechter
Binnen acht weken na verzending van de uitspraak (artikel 7:262 BW). Na een uitspraak van de voorzitter alleen als niemand in verzet is gegaan (artikel 20 lid 8 Uhw).
De huurder maakt schriftelijk bezwaar
Volgens het beleid van de Huurcommissie laat de huurder u eerst schriftelijk weten welke posten volgens de huurder niet kloppen en waarom. U hebt dan drie weken om de afrekening toe te lichten of aan te passen. Reageer op elke post apart en stuur de stukken mee die het bedrag onderbouwen. Klopt een post niet, pas de afrekening dan meteen aan. Krijgt de huurder later bij de Huurcommissie toch gelijk, dan betaalt u leges van € 500 of meer.
Geen afrekening ontvangen
Heeft de huurder op 1 juli nog geen afrekening, dan moet de huurder die volgens het beleid van de Huurcommissie eerst schriftelijk bij u opvragen. U hebt dan drie weken om de afrekening alsnog te sturen. Daarna kan de huurder naar de Huurcommissie.
Het verzoek bij de Huurcommissie
De huurder doet het verzoek via MijnHuurcommissie en betaalt vooraf € 25 aan leges. Gaat het om minder dan € 36 aan betwiste posten, dan behandelt de Huurcommissie het verzoek niet (artikel 9 lid 3 Uhw). U kunt zelf ook een verzoek doen, volgens de Huurcommissie vanaf drie weken nadat u de afrekening hebt gestuurd. U betaalt dan vooraf € 500.
De Huurcommissie vraagt uw stukken op
U krijgt een brief waarin staat welke stukken de Huurcommissie nodig heeft. Stuur ze binnen drie weken, want wat later binnenkomt, neemt de Huurcommissie niet mee. Ze wil de facturen zelf zien en ook het ingevulde specificatieformulier (artikel 7:260 lid 3 BW). Bent u lid van een vereniging van eigenaars, dan volstaan de jaarrekening van de VvE, het verslag van de vergadering waarin die is vastgesteld en de afrekening van de VvE aan u, samen met uw eigen afrekening aan de huurder. Maak persoonsgegevens van anderen onleesbaar.
Zonder ingevuld specificatieformulier rekent de Huurcommissie meestal met vaste verbruiken uit de regelgeving of met € 12 per post per jaar. Voor een zelfstandige woning is dat 400 kubieke meter gas, 800 kilowattuur stroom en 25 kubieke meter water. Stelt de huurder met redenen dat een zaak of dienst niet is geleverd, en kunt u het tegendeel niet met facturen aantonen, dan zet de Huurcommissie die post op € 0.
Onderzoek, rapport en zitting
De Huurcommissie kan de zaak eerst onderzoeken en legt de uitkomst dan vast in een rapport (artikel 28 Uhw). Komt er een zitting, dan krijgt u het rapport bij de uitnodiging. Klopt er iets niet in het rapport, laat dat dan schriftelijk weten en stuur het stuk mee waaruit dat blijkt.
Is de zaak duidelijk, dan kan de voorzitter alleen en zonder zitting uitspraak doen. Tegen zo'n uitspraak kunt u schriftelijk en met redenen in verzet gaan bij de Huurcommissie (artikel 20 lid 6 Uhw). Gaat niemand in verzet, dan staat daarna nog de weg naar de kantonrechter open (artikel 20 lid 8 Uhw). In de andere zaken volgt een zitting, waar u uw standpunt mag toelichten (artikel 34 Uhw).
De uitspraak en daarna
Wat in de uitspraak staat, geldt als afspraak tussen u en de huurder. Dat is anders als een van beiden binnen acht weken na verzending de kantonrechter om een beslissing vraagt (artikel 7:262 BW). Heeft de huurder te veel betaald, betaal het verschil dan terug of verreken het.
Wie geheel of grotendeels ongelijk krijgt, betaalt de leges, ook als de andere partij de zaak begon. Krijgen beide partijen ongeveer evenveel ongelijk, dan betaalt ieder in de regel de helft van het eigen bedrag (artikel 7 leden 2 en 3 Uhw). Krijgt een verhuurder vaker volledig ongelijk in dezelfde soort zaak, dan worden de leges hoger. De tweede keer is dat € 700, de derde keer € 1.400 en vanaf de vierde keer € 1.750. Daarvoor tellen de uitspraken in vier achtereenvolgende kalenderjaren mee, volgens de Uitvoeringswet en het legesbeleid van de Huurcommissie (artikel 7 lid 1 Uhw). In het Besluit huurprijzen woonruimte staat tot 1 januari 2027 nog drie, maar volgens de toelichting bij Staatsblad 2026, 267 is dat een verschrijving. Zodra de Wet toekomstbestendige huurcommissie geldt, bepaalt een ministeriële regeling in welke gevallen welk legesbedrag geldt (artikel 7 lid 1 Uhw en het nieuwe artikel 4 lid 4 Besluit huurprijzen woonruimte). De bedragen zelf blijven in het Besluit huurprijzen woonruimte staan. Wanneer u de vooraf betaalde leges terugkrijgt, bijvoorbeeld na intrekking van het verzoek of na een schikking, leest u in de gids over de procedure bij de Huurcommissie.
Deze stukken legt u klaar
- Het huurcontract met de afspraken over de servicekosten en het voorschot.
- De afrekening zoals u die hebt verstuurd, met de verzenddatum.
- Per post de facturen of andere betaalbewijzen. Een grootboekkaart is niet genoeg.
- Per post de verdeelsleutel en het aantal woningen dat meedeelt.
- Voor de huismeester de functieomschrijving, het contract en de urenverantwoording.
- Voor roerende zaken de aankoopfacturen en de berekening van de gebruiksvergoeding.
- Het bezwaar van de huurder en uw antwoord, met de data.
- Bij een VvE de jaarrekening, het verslag van de vergadering en de afrekening van de VvE.
In de gids Het procesdossier in een huurzaak leest u hoe u de stukken ordent tot één tijdlijn. Welke stukken bij servicekosten de doorslag geven en hoe u op een verzoek reageert, staat in het artikel Reageren op de Huurcommissie.
Samen naar de Huurcommissie
Huurders kunnen ook samen één verzoek doen. Nu moet dan ten minste de helft van de huurders van een wooncomplex, of van een deel ervan, hetzelfde of bijna hetzelfde verzoek doen (artikel 9a Uhw). Een wooncomplex telt daarbij ten minste 25 woningen (artikel 1 Wet op het overleg huurders verhuurder). Vanaf 1 januari 2027 vervallen die eisen. Dan is het genoeg dat de woningen samen een eenheid vormen, zoals een complex, en dat de verzoeken gelijk of bijna gelijk zijn. Volgens de Huurcommissie kan dat al met twee huurders. Vanaf die datum geldt voor zo'n verzoek ook de ondergrens van € 36 niet. Elke deelnemer betaalt vooraf de leges.
Speelt een bezwaar bij meer woningen, behandel het dan meteen als een zaak voor het hele complex. Geef iedereen hetzelfde antwoord en dezelfde onderbouwing.
De posten met de meeste geschillen
In zaken over de jaarafrekening gaat het meestal over gas, elektriciteit, water en warmte, en daarna over de huismeester en de schoonmaak. Beoordeelt de Huurcommissie een afrekening inhoudelijk, dan krijgt de huurder in ruim 8 van de 10 zaken geheel of deels gelijk. Dat blijkt uit de servicekostenuitspraken van de Huurcommissie in LEX. Vijf recente zaken staan samengevat op de pagina met uitspraken van de Huurcommissie.
In LEX staan 10.679 uitspraken die in het register van de Huurcommissie als servicekostenzaak zijn aangemerkt. Daarvan gaan er 10.498 over een jaarafrekening en 181 over het voorschot. Uitspraken van na 5 februari 2026 hebben dat label in LEX nog niet en zijn daarom niet meegeteld. De cijfers per post vindt u ook op de pagina Huurcommissie in cijfers.
Uitkomst
Hoe ruim 10.000 zaken over een jaarafrekening afliepen
- De huurder krijgt geheel of deels gelijk69 procent
- Niet-ontvankelijk, de Huurcommissie komt niet aan de inhoud toe19 procent
- De verhuurder krijgt gelijk12 procent
Bron: LEX, 10.498 uitspraken van de Huurcommissie over een jaarafrekening servicekosten, van 3 mei 2021 tot en met 5 februari 2026, peildatum 16 oktober 2026. De soort zaak komt uit het register van de Huurcommissie. De uitkomst is afgeleid uit de beslissing. Bij een steekproef van 20 uitspraken is de uitkomst vergeleken met de volledige tekst. Afgerond op hele procenten. Minder dan 1 procent had een andere uitkomst, zoals een ingetrokken verzoek.
Zonder de niet-ontvankelijke zaken kreeg de huurder in 85 procent geheel of deels gelijk. Dat kan om een paar euro gaan of om honderden euro's. Hoeveel geld er in die zaken speelde, blijft in deze telling buiten beschouwing. In bijna 1 op de 5 zaken kwam de Huurcommissie niet aan de inhoud toe. Vaak had de huurder dan niet eerst schriftelijk bezwaar gemaakt of de afrekening niet eerst opgevraagd, of was het verzoek te vroeg. Soms was de Huurcommissie niet bevoegd, bijvoorbeeld bij een woning in de vrije sector.
In ongeveer 1 op de 6 van de 10.498 zaken had de verhuurder volgens de samenvatting helemaal geen afrekening gestuurd. De Huurcommissie stelde de kosten dan bijna altijd zelf vast, met stukken die de verhuurder alsnog leverde of met vaste verbruiken en bedragen uit de regelgeving. Een zaak of dienst die niet was geleverd, zette ze op € 0.
Posten
Over welke posten het in de beoordeelde zaken ging
- Gas, elektriciteit, water en warmte67 procent
- Huismeester of beheerder27 procent
- Schoonmaak15 procent
- Tuin en groen9 procent
- Roerende zaken, zoals meubels en wasmachines8 procent
- Tv- en internetsignaal6 procent
- Glasbewassing4 procent
- Verzekeringen3 procent
- Kleine herstellingen en onderhoudscontracten3 procent
- Lift2 procent
- Administratiekosten2 procent
Bron: LEX, 2.620 uitspraken waarin de Huurcommissie een jaarafrekening inhoudelijk beoordeelde en waarbij in de samenvatting in LEX een post staat, peildatum 16 oktober 2026. Bij de andere uitspraken staat er geen post in de samenvatting. Een uitspraak kan meer posten noemen. De langste balk staat voor 67 procent. Bij een steekproef van 20 uitspraken is de uitkomst vergeleken met de volledige tekst. Afgerond op hele procenten.
Energie en water
In twee derde van die zaken gaat het over gas, elektriciteit, water of warmte. In ongeveer een kwart daarvan gaat het om de verdeling, bijvoorbeeld omdat een woning niet is meegeteld, de oppervlakte niet klopt of een bedrijfsruimte op dezelfde aansluiting zit. Laat daarom bij elke post zien hoeveel woningen meedelen en met welke verdeelsleutel. Bij een eigen meter zijn de meterstanden het uitgangspunt. Ontbreekt een begin- of eindstand, dan legt de Huurcommissie het verbruik naast de normen van het Nibud. Wijkt het verbruik daar sterk van af zonder goede verklaring, dan rekent ze met die normen.
De huismeester
In ruim een kwart van die zaken gaat het ook over de huismeester. In die ongeveer 700 zaken kreeg de huurder in 94 procent geheel of deels gelijk, tegen 81 procent in alle zaken met een post in de samenvatting. Volgens de samenvattingen ontbraken vaak facturen, een specificatie of een urenverantwoording. Geregeld ging het ook om de vraag welk deel van het werk de bewoners ten goede komt.
Rekenvoorbeeld huismeester 2026, verzonnen complex van 120 woningen
| Factuur voor 1.000 uur, dus € 46 per uur | € 46.000,00 |
|---|---|
| Getoetst aan hoogstens € 41 per uur | € 41.000,00 |
| 70 procent voor de huurders | € 28.700,00 |
| Per woning, gedeeld door 120 | € 239,17 |
Doet de huismeester in de praktijk meer of minder voor de huurders, dan kan de Huurcommissie van de 70 procent afwijken. Leg daarom in een functieomschrijving en een urenregistratie vast wat de huismeester voor de bewoners doet.
Schoonmaak, tuin en glas
Voor de schoonmaak moet u kunnen laten zien wat er is schoongemaakt en hoe vaak. Bewaar daarom het contract waarin dat staat, en de facturen. Bij groen is de vraag of de tuin alleen voor de bewoners is. De Huurcommissie kijkt dan naar hekken, beplanting en bordjes. Bij glasbewassing is de vraag of de huurder de ramen zelf kan bereiken. Laat de glazenwasser de kosten van een hoogwerker daarom apart op de factuur zetten.
Roerende zaken
Bij meubels, stoffering en wasmachines is de vraag of het om een roerende zaak gaat en of de gebruiksvergoeding klopt. De Huurcommissie gaat uit van de aankoopfacturen. Ontbreken die, dan schat ze de waarde. Lukt ook dat niet, dan rekent ze met een standaardbedrag van € 12 per jaar. Inbouwapparatuur, radiatoren en een tegelvloer zijn onroerend en horen bij de kale huur.
Veelgestelde vragen
Servicekosten betaalt een huurder naast de kale huur, voor zaken en diensten die bij het wonen horen. Denk aan de schoonmaak van het trappenhuis, een huismeester, warmte uit een collectieve installatie en meubels die de verhuurder bij de woning levert (artikel 7:237 lid 3 BW). Meestal betaalt de huurder elke maand een voorschot. Na afloop van het jaar rekent de verhuurder af op de werkelijke kosten.
Uiterlijk zes maanden na afloop van het kalenderjaar, dus op 30 juni (artikel 7:259 lid 2 BW). De afrekening over 2025 moest uiterlijk op 30 juni 2026 bij de huurder zijn. In de afrekening staan de kosten per soort en de manier waarop de verhuurder ze heeft berekend.
Tot 24 maanden na de dag waarop de afrekening uiterlijk bij de huurder moest zijn (artikel 7:260 lid 2 BW). Voor de afrekening over 2025 is dat tot en met 30 juni 2028. Volgens haar beleid verwacht de Huurcommissie dat de huurder eerst schriftelijk bezwaar maakt bij de verhuurder. De verhuurder krijgt dan drie weken om te reageren.
Bij bestaande huurcontracten staat de Huurcommissie hoogstens 2 procent toe over de warmtelevering, of 1 procent als de verhuurder het meten en verdelen uitbesteedt, en 5 procent over de overige servicekosten. De percentages zijn inclusief btw. Per woning is het minimaal € 7,50 en hoogstens € 75 per afrekening. Bij huurcontracten vanaf 1 januari 2027 is het volgens de Regeling servicekosten 2 procent over warmte, koude, elektriciteit, gas en water en 5 procent over de rest. Per woning is dat minimaal € 7,50 en hoogstens € 75 per kalenderjaar.
Volgens het beleid van de Huurcommissie vraagt de huurder de afrekening eerst schriftelijk op. De verhuurder krijgt dan drie weken. Komt er nog steeds geen afrekening, dan kan de huurder naar de Huurcommissie, die de servicekosten dan zelf vaststelt. Zonder facturen en ingevuld specificatieformulier rekent ze met vaste verbruiken en bedragen uit de regelgeving, en met € 0 voor een zaak of dienst die niet is geleverd. Vanaf 1 januari 2027 staat in de wet dat een ontbrekende afrekening tot die normbedragen leidt, ook bij bestaande huurcontracten.
Een huurder die een procedure start, betaalt vooraf € 25 aan leges, een verhuurder € 500. Wie gelijk krijgt, krijgt dat bedrag terug. Wie geheel of grotendeels ongelijk krijgt, betaalt de leges, ook als de andere partij de zaak begon. Krijgen beide partijen ongeveer evenveel ongelijk, dan betaalt ieder in de regel de helft van het eigen bedrag. Krijgt een verhuurder vaker volledig ongelijk in dezelfde soort zaak, dan worden de leges hoger. De tweede keer is dat € 700, de derde keer € 1.400 en vanaf de vierde keer € 1.750. Daarvoor tellen de uitspraken in vier achtereenvolgende kalenderjaren mee, volgens de Uitvoeringswet en het legesbeleid van de Huurcommissie (artikel 7 lid 1 Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte). In het Besluit huurprijzen woonruimte staat tot 1 januari 2027 nog drie, maar volgens de toelichting bij Staatsblad 2026, 267 is dat een verschrijving.
Na een afrekening kan de verhuurder het voorschot afstemmen op de verwachte kosten, voor zover het huurcontract dat toelaat. Voor gas, elektriciteit en water met een eigen meter in de woning mag de verhuurder het voorschot na elke afrekening maar één keer verhogen (artikel 7:261 lid 1 BW). Bij huurcontracten vanaf 1 januari 2027 geldt die grens voor alle servicekosten. Vanaf die datum kan elke huurder de Huurcommissie ook vragen een te hoog voorschot voor servicekosten te verlagen. Nu kan dat alleen voor gas, elektriciteit en water met een eigen meter.
De acht soorten servicekosten en de maxima uit de Regeling servicekosten gelden alleen voor huurcontracten vanaf 1 januari 2027 (artikel 208ga Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek). Volgens de Huurcommissie kan een bestaand contract alleen onder de nieuwe regels vallen als de huurder daar uitdrukkelijk mee instemt. De Huurcommissie past de rekenregels voor energie en water wel ook toe bij bestaande contracten, en ze verandert haar beleid op een paar punten, zoals de glasverzekering en de 24-uursservice. Drie wijzigingen in de procedure bij de Huurcommissie gelden wel voor alle contracten. Huurders kunnen makkelijker samen een verzoek doen en het voorschot voor alle servicekosten laten toetsen. En ontbreekt een afrekening, dan rekent de Huurcommissie met normbedragen. Voor een afrekening die voor 1 januari 2027 op tijd is verstrekt, en voor een verzoek dat dan al loopt, gelden nog de oude regels (artikel V Wet modernisering servicekosten).
Ja. Nu kan dat als ten minste de helft van de huurders van een wooncomplex van minstens 25 woningen, of van een deel daarvan, hetzelfde of bijna hetzelfde verzoek doet (artikel 9a Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte). Vanaf 1 januari 2027 is het genoeg dat de woningen samen een eenheid vormen, zoals een complex, en dat de verzoeken gelijk of bijna gelijk zijn. Volgens de Huurcommissie kan dat dan al met twee huurders. Vanaf die datum geldt voor zo'n verzoek ook de ondergrens van € 36 niet. Iedere deelnemer betaalt vooraf de leges. Ging de afrekening voor 1 januari 2027 op tijd naar de huurders, dan gelden voor die afrekening nog de oude regels.
Voor huurdersorganisaties
Met LEX Participatie laten huurdersorganisaties en bewonerscommissies een afrekening nakijken aan de hand van een foto. Elke afrekening wordt op achttien vaste punten gecontroleerd, met bij elk punt de regel die erbij hoort. Speelt dezelfde vraag bij meer woningen, dan kan het bestuur van de huurdersorganisatie de controles bundelen en in één keer aan de verhuurder voorleggen.
Meer over huurrecht voor verhuurders, zoals huurachterstand en woonfraude, vindt u op de overzichtspagina Huurrecht.
Deze pagina is algemene informatie en geen juridisch advies. De rekenvoorbeelden zijn verzonnen. De cijfers komen uit LEX, peildatum 16 oktober 2026. Bronnen: Burgerlijk Wetboek Boek 7, artikelen 237, 247, 259, 260, 261 en 262, Uitvoeringswet huurprijzen woonruimte, artikelen 5, 7, 9, 9a, 18, 19, 20, 28 en 34, Besluit huurprijzen woonruimte, artikel 4, Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek, artikel 208e, Wet op het overleg huurders verhuurder, artikelen 1, 3 en 5a, Wet modernisering servicekosten, met artikel 208ga Overgangswet nieuw Burgerlijk Wetboek (Staatsblad 2025, 156), inwerkingtreding (Staatsblad 2026, 82), wijziging Besluit servicekosten (Staatsblad 2026, 70), wijziging Besluit huurprijzen woonruimte (Staatsblad 2026, 267), Regeling servicekosten (Staatscourant 2026, 11523), Wet toekomstbestendige huurcommissie (Staatsblad 2026, 311), nieuwsbericht van de Rijksoverheid (29 september 2026), Beleidsboek servicekosten van de Huurcommissie (juli 2026), Huurcommissie over de nieuwe regels per 1 januari 2027, Huurcommissie over de nieuwe Regeling servicekosten en Huurcommissie over de kosten van een procedure. Bijgewerkt: 16 oktober 2026.