Nieuws
Huurrecht·18 februari 2026·5 min lezen

De gebrekenregeling: wie herstelt wat?

In het huurrecht draait een groot deel van de klachten om één vraag: is dit een gebrek, en wie moet het verhelpen? Kort gezegd verhelpt de verhuurder de gebreken, terwijl kleine herstellingen voor de huurder zijn — maar de nuance zit in de uitzonderingen.


Wat is een gebrek?

De wet omschrijft een gebrek ruim. Volgens art. 7:204 BW is een gebrek elke staat of eigenschap van de woning waardoor de huurder niet het genot heeft dat hij bij het aangaan van de overeenkomst mocht verwachten — en die niet aan de huurder is toe te rekenen. Het gaat dus niet alleen om zichtbare mankementen, maar om alles wat het woongenot wezenlijk aantast, van een lekkend dak tot een niet-werkende verwarming.

De verhuurder herstelt — tenzij

Op grond van art. 7:206 BW moet de verhuurder een gebrek op verzoek van de huurder verhelpen. Daarop bestaan twee uitzonderingen: herstel dat onmogelijk is, en herstel dat uitgaven vergt die in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs niet van de verhuurder gevergd kunnen worden. Verhelpt de verhuurder een gebrek niet, dan mag de huurder het onder voorwaarden zelf laten verhelpen en de redelijke kosten verrekenen.

Kleine herstellingen zijn voor de huurder

Niet alles is voor de verhuurder. Art. 7:217 BW legt de kleine herstellingen bij de huurder, en het Besluit kleine herstellingen werkt dat concreet uit: denk aan een kraanleertje vervangen, een verstopping door eigen gebruik verhelpen of het binnenschilderwerk. De scheidslijn ligt bij omvang en oorzaak: gaat het om regulier, klein onderhoud, dan is het de huurder; gaat het om bouwkundig of groot onderhoud, dan de verhuurder.

Interactief · probeer het zelf
Gebrek-verkenner: wie is aan zet?
Verhuurderart. 7:206 BW

Vocht door een bouwkundig gebrek (optrekkend vocht, lekkage, slechte isolatie) is een gebrek dat de verhuurder moet verhelpen. Is de schimmel aantoonbaar het gevolg van onvoldoende ventileren of stoken door de huurder, dan ligt het anders.

Let op: deze verkenner geeft de hoofdregel weer. De oorzaak van een gebrek is vaak doorslaggevend — dezelfde verstopping kan de ene keer voor de huurder en de andere keer voor de verhuurder zijn. Twijfelt u? Leg de oorzaak vast en beoordeel per geval.

Huurverlaging bij een gebrek

Zolang een gebrek bestaat en het woongenot vermindert, kan de huurder op grond van art. 7:207 BW een evenredige huurverlaging vragen. Komen partijen er samen niet uit, dan kan de huurder de zaak voorleggen aan de Huurcommissie (bij gereguleerde huur) of aan de kantonrechter. Een zorgvuldige, tijdige reactie op de eerste melding voorkomt vaak dat het zover komt.

Veelgestelde vragen

Volledig stoppen met betalen is risicovol en kan tot een huurachterstand leiden. De wettelijke route is huurprijsvermindering vragen — desnoods via de Huurcommissie of de kantonrechter — niet eigenmachtig opschorten. Meld een gebrek dus altijd eerst schriftelijk bij de verhuurder.

Laat de verhuurder het gebrek schriftelijk weten en geef een redelijke termijn. Gebeurt er niets, dan kan de huurder onder voorwaarden het gebrek zelf (laten) verhelpen en de kosten verrekenen (art. 7:206 lid 3 BW), of huurverlaging vragen bij de Huurcommissie.

Een gebrek dat de huurder bij het sluiten van de overeenkomst kende of moest kennen, geeft in beginsel geen recht op herstel of vermindering. Daarom is een goede opname bij de start van de huur belangrijk.

Klachten over gebreken sneller en onderbouwd afhandelen?

LEX koppelt elke melding aan de juiste wetsartikelen en jurisprudentie, en helpt u een onderbouwde reactie op te stellen — vóórdat het een procedure wordt.

Bekijk LEX Klachten →

Gebaseerd op Boek 7 BW (art. 7:204–7:208, 7:217–7:218) en het Besluit kleine herstellingen. Dit artikel is algemene informatie, geen juridisch advies; toets een concreet geval altijd aan de actuele tekst en omstandigheden.